Volgens een modelstudie kan het oplichten van wolken boven de oostelijke Stille Oceaan de opwarming door El Niño temperen, al kunnen er ook onverwachte gevolgen zijn.
Het tijdelijk lichter maken van wolken boven de oostelijke Stille Oceaan zou de schade van een El Niño kunnen beperken. Dat zou de wereldeconomie mogelijk biljoenen dollars besparen. Tegelijkertijd kan het verstoren van natuurlijke klimaatcycli ook negatieve gevolgen hebben.
Tijdens de klimaatfase El Niño verzwakken de passaatwinden, waardoor warm water dat zich heeft opgehoopt in het westen van de Stille Oceaan terugstroomt naar het centrale en oostelijke deel van de oceaan. Daardoor warmt de atmosfeer op en stijgt de wereldwijde temperatuur. De economische schade loopt volgens schattingen op tot biljoenen dollars.
Super-El Niño
Momenteel ontwikkelt zich in de oostelijke Stille Oceaan mogelijk een zeer krachtige super-El Niño. Volgens klimaatmodellen zou een vorm van geo-engineering genaamd marine cloud brightening deze opwarming in de toekomst kunnen afremmen.
Bij deze techniek worden minuscule druppeltjes zeewater onder laaghangende stratocumuluswolken de lucht in gesproeid. Waterdamp condenseert op deze druppeltjes, waardoor de wolken meer en kleinere waterdruppels bevatten. Daardoor worden ze witter en kaatsen ze meer zonlicht terug de ruimte in.
Een ander gevolg van het feit dat de bewolking door deze techniek toeneemt is dat er meer schaduw valt op de oceaan. Door een deel van de oostelijke Stille Oceaan, de zogenoemde Niño 3.4-regio, te verduisteren, zouden de terugkoppelingsmechanismen die een El Niño versterken kunnen worden doorbroken. Koeler oppervlaktewater zou de passaatwinden opnieuw aanwakkeren, waardoor warm water weer richting de westelijke Stille Oceaan wordt geduwd. Tegelijkertijd zou vanuit de diepte meer koud water opwellen in het oosten van de oceaan, wat het zeeoppervlak verder afkoelt.
‘Je kunt de dominostenen eigenlijk al vroeg in het proces tegenhouden voordat ze allemaal omvallen’, zegt oceanograaf Jessica Wan van de Universiteit van Californië in San Diego, die meewerkte aan het onderzoek. ‘We geven de cyclus als het ware een zetje de andere kant op.’
Afkoeling
Wan en haar collega’s kregen het idee na de Australische ‘zwarte zomer’ van 2019-2020, waarin enorme bosbranden woedden. Daarna volgde een La Niña, de tegenhanger van El Niño, die juist voor lagere wereldwijde temperaturen zorgt. Eerder onderzoek suggereert dat rookdeeltjes uit de branden wolken helderder maakten en de oostelijke Stille Oceaan afkoelden. Dat verlengde en versterkte de uitzonderlijk langdurige ‘triple dip’-La Niña, die in 2020 begon en drie winters aanhield.
De onderzoekers simuleerden vervolgens wat het oplichten van wolken had kunnen betekenen voor de super-El Niño’s van 1997-1998 en 2015-2016. Volgens het model zou negen maanden lang zeewater vernevelen de opwarming in de Niño 3.4-regio bijna hebben gehalveerd: van ruim 2 graden Celsius naar iets meer dan 1 graad. Ook zou de El Niño dan al in januari zijn beëindigd, enkele maanden eerder dan in werkelijkheid.
Enorme onderneming
Maar zo’n hypothetische operatie zou een enorme onderneming zijn. Er zouden naar schatting 2400 schepen nodig zijn, die bovendien veel meer zeewater zouden moeten vernevelen dan met de huidige sproeitechnologie mogelijk is. Toch zou zo’n ingreep volgens het model een super-El Niño hebben teruggebracht tot een gematigde El Niño.
Wan zegt verrast te zijn door hoe effectief de methode lijkt, vooral omdat de simulatie ervan uitging dat de operatie pas in juni kon beginnen, toen de El Niño al zichtbaar aan het ontwikkelen was.
Volgens klimaatwetenschapper Mat Collins van de Universiteit van Exeter is het wel onzeker of deze resultaten zich ook in de werkelijkheid zouden voordoen. In de echte oceaan zorgen stijgende zeetemperaturen er namelijk vaak voor dat laaghangende wolken verdwijnen. Daardoor bereikt meer zonlicht het zeeoppervlak, wat de opwarming verder versterkt.
‘In een model waarin die terugkoppeling sterker is, zou je veel meer aerosolen moeten inspuiten’, zegt Collins. ‘Deze experimenten lijken al tegen de grens aan te zitten van wat haalbaar is.’
Onvoorziene gevolgen
Wan erkent dat deze aanpak ook onvoorziene gevolgen kan hebben. Het model keek namelijk slechts twee jaar vooruit. In beide simulaties begon La Niña eerder nadat El Niño was verdwenen. In het scenario van 2015-2016 werd die koelere fase bovendien krachtiger. Dat zou vervelende gevolgen kunnen hebben voor regio’s als de Hoorn van Afrika, waar sterke La Niña’s in het verleden regenpatronen hebben verstoord en hebben bijgedragen aan grootschalige hongersnood.
Toch vindt Wan dat het idee verder onderzocht moet worden. Anders dan geo-engineering die bedoeld is om de aarde langdurig af te koelen, zou een kortdurende ingreep zoals deze het risico op een zogeheten ‘terminatieschok’ kunnen vermijden. Daarbij kan het abrupt stoppen van het inspuiten van zeewater of aerosolen ervoor zorgen dat jarenlang onderdrukte opwarming plotseling alsnog in alle hevigheid terugkeert.
‘Dit onderzoek opent de deur naar een heel nieuw doel voor geo-engineering, namelijk het beïnvloeden van klimaatvariabiliteit en verschijnselen zoals El Niño’, zegt Wan. ‘Zulke toepassingen kunnen enorme mogelijkheden bieden, omdat je niet vastzit aan de risico’s van langdurige ingrepen.’

Geef een reactie