Sinds Oekraïne zo’n vierenhalf jaar geleden werd binnengevallen door Rusland heeft het land vanuit het niets een complete drone-industrie opgebouwd. New Scientist kreeg toegang tot Oekraïense dronefabrieken en militaire opleidingen om te zien hoe oorlogvoering er anno 2026 uitziet.
De uitputtingsslag tussen Rusland en Oekraïne wordt inmiddels geheel gedomineerd door drones. Rusland bestookt Oekraïne met van ver komende kamikazedrones en Oekraïne haalt die met behulp van speciale onderscheppingsdrones uit de lucht. Aan de frontlinie is niet langer sprake van een artillerieslag, maar van gevechten met op afstand bestuurde ‘first-person-viewdrones’. Ondertussen worden op de grond steeds vaker rijdende drones ingezet om munitie en voorraden te leveren, aanvallen uit te voeren en gewonden te evacueren.
In de bijna vierenhalf jaar sinds de grootschalige Russische inval heeft Oekraïne een industrie uit de grond gestampt die in staat is gebleken een hele reeks vernuftige drones te ontwerpen, bouwen en besturen. New Scientist kreeg toegang tot de laboratoria, fabrieken en opleidingen voor dronepiloten die de machinekamer vormen van deze nieuwe industrie – een bedrijfstak die Kyiv winstgevend hoopt te maken door, zodra de oorlog voorbij is, expertise en toestellen te verkopen aan westerse landen.
Wendbare wagentjes
De plotselinge overstap die Taras Ostaptsjoek maakte van een burgerbestaan naar het leger is in het hedendaagse Oekraïne maar al te gangbaar. Voor de oorlog leidde hij een bedrijf dat straatverlichting maakte. In 2022 trad hij in dienst van het leger, waar hij uiteindelijk meevocht als dronepiloot. In 2024 raakte hij gewond en moest hij het leger verlaten. Hij wilde echter blijven bijdragen aan de oorlogsinspanningen, en begon daarom een nieuw bedrijf dat drones maakt. Het vak leerde hij door YouTube-filmpjes te bekijken en internetfora te raadplegen. Zijn bedrijf, Ratel Robotics, telt momenteel ruim driehonderd werknemers en verkoopt een keur aan gronddrones die allerlei taken kunnen vervullen, van het plaatsen en ruimen van landmijnen tot het evacueren van gewonde soldaten en het leveren van voorraden en munitie.

Ik reisde naar een onbestemd open veld ergens buiten Kyiv, waar in de ochtendmist machinegeweervuur klonk van een nabijgelegen militair oefenterrein. Dit was de plek die ik had doorgekregen om er een test van Ratels actuele modellen bij te wonen. Het duurde niet lang of een busje met aanhangwagen reed het terrein op, waaruit drie mannen tevoorschijn kwamen. Luttele minuten later sjeesde er een stel machines ter grootte van een modale gazontractor rond die op afstand werden bestuurd.
Gelet op hun omvang zijn de vierwieleaangedreven Ratel M en zijn zes wielen tellende grote broer Ralt X verrassend wendbaar. In een oogwenk draaien ze volledig om hun as. De grootste van de twee kan een vracht van 600 kilo vervoeren met een snelheid van 12 kilometer per uur, over een afstand van ruim 100 kilometer. Dankzij zijn platte bovendek kan hij allerlei voorraden en munitie naar de plek van bestemming brengen zonder mensen en dure voertuigen in gevaar te brengen. Grote delen van het front zijn nu zo kwetsbaar voor drone-aanvallen dat vrachtwagens die rijden op benzine of diesel – met een warmgedraaide motor die eenvoudig door infraroodcamera’s kan worden gespot – een gemakkelijk doelwit zijn.
De gronddrones van Ratel zijn volledig elektrisch en vrijwel geluidloos wanneer ze langzaam rijden. Zelfs wanneer ze versnellen, brengen ze slechts een zacht gezoem voort. Ik kijk toe hoe ze steile hellingen beklimmen, door de modder spetteren en elkaar over het open veld achterna zitten. Dan wordt me gevraagd om samen met twee technici van Ratel op een van de robotwagens plaats te nemen, waarna de gronddrone vlot over het oefenterrein rijdt, schijnbaar ongehinderd door het extra gewicht dat wij in de schaal leggen. Ik kan me goed indenken hoe opgelucht ik de komst van zo’n wagen met hoognodige voorraden zou begroeten, of hoe blij gewonde soldaten zijn als zo’n rijdende drone verschijnt om hen op te pikken en te evacueren. De bestuurders van de wagens zitten intussen kilometers ver achter het front of zelfs aan de andere kant van de wereld, waar ze veilig kunnen werken achter een laptop met een satellietverbinding via Starlink. Tot mijn verbazing krijg ik de controller overhandigd en kost het me geen enkele moeite om hem te hanteren – het voelt als het rijden met een op afstand bestuurbaar autootje.

Verrassend goedkoop
Aan het front zijn nu al honderd exemplaren van dit model in gebruik. En hoewel de meeste missies waarvoor ze worden gebruikt strikt geheim zijn, krijg ik te horen dat een van deze gronddrones laatst nog gewoon te gebruiken was nadat er twee wielen van waren opgeblazen. Ostaptsjoek vertelt over een andere missie, waarbij een van zijn rijdende drones met 400 kilo explosieven aan boord stilletjes naar een gebouw vol Russische soldaten was gezoefd, waarna die tot ontploffing werd gebracht. ‘Ik geniet van mijn werk’, zegt hij.
Hoewel zulke gronddrones flinke schade kunnen aanrichten, zijn ze verbazingwekkend goedkoop. De zeswielaangedreven Ratel H kost nog geen 50.000 euro, inclusief aanhangwagen, Starlink-schotel, laptop en bedieningspaneel. Ostaptsjoek zegt dat een vergelijkbaar apparaat van een Europese leverancier meer dan 300.000 euro kost en bij testritten niet half zo bruikbaar bleek. Het bevatte ook flink wat onderdelen afkomstig uit China: een veiligheidsrisico dat Ratel zoveel mogelijk probeert te vermijden door zijn eigen motoren te ontwikkelen. ‘China is mijn ogen wereldwijd een groot probleem. Europa moet besluiten wie de wapens en robots voor de volgende oorlog bouwt’, zegt Ostaptsjoek.
Er bestaat geen betere prikkel voor vlotte R&D dan Russische soldaten die zwaarbewapend jouw kant opkomen
Het grote verschil tussen de defensiebedrijven in Oekraïne en de rest van Europa is natuurlijk dat Oekraïne momenteel al in een oorlog verwikkeld is, en dat de Oekraïense drone-ontwikkelaars hun producten dagelijks in de praktijk kunnen testen en voortdurend feedback krijgen in welke mate deze hun nut op het slagveld bewijzen, zegt Ostaptsjoek. Ik houd er de indruk aan over dat er geen betere prikkel bestaat voor vlotte R&D dan Russische soldaten die zwaarbewapend jouw kant op komen.
Gevaar van boven
Hoewel gronddrones zoals Ratel produceert steeds belangrijker worden voor het Oekraïense leger, wordt de oorlog vooral uitgevochten met luchtdrones. Een militaire bron in Kyiv vertelt me dat minstens 60 procent van alle slachtoffers – aan beide zijden – sneuvelt als gevolg van de inzet van zogeheten FPV-drones. Dit zijn first-person-view-drones die over het slagveld worden geloodst door een menselijke bestuurder, die live meekijkt via een ingebouwde camera.
Een van de geduchtste wapens die de Russen gebruiken zijn de Shahed-drones, die in Iran worden gemaakt en eruitzien als een kruising tussen een raket en een klein vliegtuig. Ik heb er eentje gezien die niet was geëxplodeerd en in een militaire hangaar rechtop was gezet, waar hij met zijn 2,6 meter lengte dreigend boven me uittorende. Van dichtbij ogen zulke drones ontzagwekkend. De Oekraïners zijn inmiddels gewend geraakt aan de constante dreiging die van ze uitgaat: om de zoveel tijd dringt een zwerm van die dingen door de luchtverdediging heen – ze worden in grote aantallen gelanceerd om de luchtafweer te overbelasten – waar ze woningen, werkplaatsen en scholen treffen met de 15 kilo aan explosieven die ze aan boord hebben.
Onderweg in de trein naar Kyiv vertelt een vrouw me hoe ze telkens weer worstelt met de vraag of ze tijdens zo’n nachtelijke drone-aanval naar de schuilkelder moet gaan. ‘Wil ik slapen of wil ik blijven leven?’ zegt ze. Ze zegt dat de afweging elke nacht anders uitvalt en dat sociale media informatie bieden over welke regio’s het voornaamste doelwit zijn en om wat voor type bombardement het gaat. Later hoor ik in mijn hotelbed in de Oekraïense hoofdstad hoe de luchtverdediging verscheidene Shaheds neerhaalt, maar ook hoe enkele erdoorheen breken en gebouwen in de omgeving raken. Met haar advies in gedachten besluit ik dat de voltreffers ver genoeg bij mij uit de buurt klinken om in bed te blijven.
Een wetenschapper die ik ontmoet in het noorden van Oekraïne beschrijft hoe het eruitziet wanneer machinegeweren aan de grens zo’n zwerm Shaheds onderscheppen. ‘Het lijkt wel wat op Star Wars, omdat ze lichtspoorkogels gebruiken: groen, rood, allerlei kleuren, zegt hij. De Shaheds die dit geweervuur passeren, krijgen te maken met een laatste linie van Oekraïense onderscheppingsdrones.

Kleurrijke kantoren
Om hier meer over te weten te komen, spreek ik in een café in Kyiv af met Marko Koesjnir van de luchtdronefabrikant Heneral Tsjeresjnja. Hij neemt me mee naar een onopvallend kantoorgebouw in de buurt, dat een fabriek en een testlocatie huisvest. De precieze locatie is geheim: Heneral Tsjeresjnja heeft in Oekraïne meerdere van dit soort fabrieken en Koesjnir zegt dat een daarvan onlangs door een Russische Shahed-drone is getroffen – mogelijk bij toeval maar misschien ook heel gericht.
Het bedrijf maakt zo’n vijfentwintig verschillende soorten drones, die allemaal verschillende taken hebben, waaronder het onderscheppen van Shaheds die op Oekraïense steden worden afgevuurd. Een daarvan, waarop Koesjnir bijzonder trots is, heet ‘de Kogel’. Deze drone ziet eruit als een ruimteschip uit een sciencefictionfilm uit de jaren vijftig. Hij stijgt verticaal op zoals een normale drone, maar schiet eenmaal in de lucht weg in horizontale richting met een snelheid van tot wel 310 kilometer per uur. ‘Je zou het een droneprojectiel kunnen noemen. Je gebruikt ze als een soort kleine raketten’, zegt Koesjnir.
De fabriek van Heneral Tsjeresjnja ziet er niet uit zoals ik had verwacht van een defensiebedrijf – eerder als een internetstart-up. In de kleurrijke kantoren werken overwegend jonge mensen en in de koffiekamer staan een pooltafel, een spelcomputer, een tafelvoetbalspel en een enorme televisie. Maar de mensen zitten hier niet driftig op hun toetsenbord te tikken. In plaats daarvan zijn ze druk in de weer met het solderen van losse onderdelen, aanbrengen van propellers of monteren van accu’s. Het bedrijf levert dagelijks duizenden dodelijke drones aan legereenheden in heel Oekraïne.
Stapels drones
Ergens in een afgesloten ruimte staan negentig 3D-printers – die 24 uur per dag en zeven dagen per week vol in bedrijf zijn – druk te gonzen. Ze maken propellers, onderstellen en allerlei andere onderdelen en verbruiken elk zo’n 500 kilo plastic per week. De medewerkers willen in deze ruimte nog eens tien extra printers onderbrengen, maar ik zie niet helemaal waar ze die neer zouden moeten zetten. Door deze onderdelen te printen, wordt Heneral Tsjeresjnja niet alleen minder afhankelijk van buitenlandse leveranciers, maar kan het bedrijf ook snel inspelen op feedback van het front.
Overal in de fabriek staan hoge stapels van verschillende modellen drones, minstens enkele duizenden, en Koesjnir zegt dat deze dagelijks worden gebouwd, getest en verstuurd. De exacte getallen zijn geheim, maar Koesjnir vertelt trots dat het leger elke maand honderdduizenden FPV-drones verbruikt – oftewel: op de vijand afstuurt om daar tot ontploffing te brengen. Hij kent een groep van vijftien dronepiloten die er elke maand 25.000 doorheen jaagt.

‘Twee jaar geleden was dit allemaal nog sciencefiction’, zegt Koesjnir. ‘Drie jaar geleden hadden we nog maar drie tafels en produceerden we twintig FPV’s per maand; nu maken we er ruim 80.000.’ Heneral Tsjeresjnja heeft inmiddels honderden werknemers op verschillende locaties in Oekraïne, van wie niemand voor de oorlog wist hoe je überhaupt een drone maakt.
In een van de laatste ruimtes die ik bij Heneral Tsjeresjnja te zien krijg, hangt een net, een soort enorme klamboe, waarbinnen elke drone voor gebruik wordt getest. Twee tienerjongens zitten bij een opening van het net. Een van hen schakelt een drone in, verbindt het apparaat met een controller en werpt hem het net in. De ander stuurt het apparaat twintig seconden lang alle kanten uit, waarbij het luidruchtig heen en weer vliegt om vervolgens zachtjes te landen. Dit is de eerste van slechts twee vluchten die de drone ooit zal maken. Stuk voor stuk hebben ze luttele dagen na levering hun explosieve taak volbracht en liggen ze in gruzelementen.
Vliegcursussen
Voor al deze apparaten is een menselijke bestuurder nodig. Velen van hen danken hun ‘vliegbrevet’ aan de belangrijkste opleiding voor dronepiloten van het land: de ‘Killhouse Academy’ van de Derde Aanvalsbrigade. Ik heb een afspraak geregeld met een bekende die me een zeldzaam inkijkje zal bieden in deze vliegschool, die is gevestigd in een leeg fabrieksgebouw. Een lid van de brigade, die zichzelf kortweg Radio noemt, vertelt me dat de opleiding nog geen twee jaar geleden van start is gegaan als een eenvoudige basisopleiding voor dronepiloten, maar inmiddels is uitgegroeid tot een totaalleverancier die onervaren mensen – militairen en burgers – in enkele weken klaarstoomt tot volwaardige dronepiloten, bestuurders van gronddrones of dronetechnici.

Er worden meerdere opleidingen aangeboden, en binnen elk vakgebied bestaan verschillende moeilijkheidsniveaus. Beginnende piloten nemen plaats in vertrouwd ogende klaslokalen, waar ze binnen een week leren hoe ze met behulp van hun laptopscherm of een virtualrealitybril een virtuele drone kunnen aansturen. De cursussen voor gevorderden vinden plaats in een immens magazijn, waar modellen van Russische tanks en als soldaten aangeklede paspoppen opgesteld staan, en allerlei banden en hoepels aan de dakspanten hangen. De studenten kunnen hier leren waar de zwakke plekken bij de vijandelijke bunkers en tanks te vinden zijn en hoe ze die met hun drone het best kunnen raken.
Daarna kunnen studenten nog doorgroeien naar realistisch nagebouwde bunkers zoals dronepiloten aan het front die zelf ook gebruiken. Van daaruit leren ze echte drones buiten het gebouw te besturen met behulp van een beeldscherm dat bewust af en toe hapert, zoals het geval is wanneer het de Russen lukt om de verbinding elektronisch te verstoren.
Als je alleen bekend bent met commerciële drones die behoedzaam rondzweven bij toeristische attracties om filmpjes te schieten, dan zul je versteld staan van hoe snel en makkelijk bestuurbaar deze geavanceerde modellen zijn. Ze stijgen op, kantelen richting hun vliegroute en verdwijnen vervolgens verbluffend snel achter de horizon. Ze zijn weg voordat je het weet, waarna een ervaren piloot de apparaten op topsnelheid om allerlei obstakels heen weet te zigzaggen.
Razendsnelle innovatie
Het onderzoekslab van de Killhouse Academy wordt geleid door iemand die zich voorstelt als Shark. Hij legt uit dat de piloten over snelle reflexen en een goed geheugen moeten beschikken, zodat ze een helder beeld kunnen vormen van de vijandelijke stellingen, gebieden waar het radiosignaal vaak wordt verstoord en hoe ze hun drone heelhuids door het frontgebied kunnen bewegen.
Shark zegt dat de technologie zich razendsnel ontwikkelt. Elke paar maanden is er wel weer een nieuwe innovatie die de hele aanpak van de drone-oorlog op zijn kop zet. Eén daarvan was het beschikbaar komen van glasvezelkabels die vijandelijke elektronische verstoring voorkomen, een andere het inzetten van zogeheten relay-drones die radiobesturingssignalen over grotere afstanden kunnen doorgeven. De recentste vinding zijn grote moederschipdrones die meerdere kleinere en wendbaardere drones naar het front overbrengen, om deze daar in te zetten – wat hun bereik en effectiviteit vergroot.

Het was in deze kamer van het onderzoekslab dat Shark zich realiseerde dat je goedkope commerciële schermen met een signaalontvanger kunt gebruiken als eenvoudige dronedetectors. Deze schermen werken met gangbare frequenties. Soldaten kunnen ze bij zich dragen, en als ze daarop een videofeed zien verschijnen, weten ze dat er een Russische FPV-drone in de buurt is. En zien ze zichzelf op hun scherm verschijnen, dan weten ze dat het tijd is om zich uit de voeten te maken.
Een van de technici die op de Killhouse Academy drones repareert, is een 25-jarige die afgestudeerd is in de diplomatie en zichzelf Trusta noemt. Het is haar inmiddels duidelijk dat er voorlopig geen diplomatieke oplossing voor de oorlog te verwachten is. Daarom vindt ze het zinvoller om vliegende drones te leren besturen, het leger in te gaan en naar het front af te reizen, in plaats van iets met haar studie te doen. Ze vertelt me dat ze bijna alle cursussen heeft doorlopen die hier worden aangeboden en nu alleen nog wacht op de juiste papieren om te kunnen vertrekken. ‘Als je bereid bent om hard te werken en veel te trainen, word je vanzelf een goede piloot. Het is vooral een kwestie van oefenen, oefenen, oefenen’, zegt ze.
Data verzamelen
Eerdere oorlogen zijn uitgevochten door grote, gelijksoortige legers die beschikten over dezelfde soort wapens. Maar Oekraïne kiest een heel andere aanpak. De verschillende legerbrigades en -korpsen concurreren met elkaar waar het gaat om financiering en rekruten, zoals commerciële bedrijven dat ook doen. Verder staat het ze vrij om alle wapentuig aan te schaffen en te gebruiken waarvan ze denken dat ze dit het best kunnen gebruiken.
Niet alleen is het gebruik van drones een kwestie van leven of dood, het is ook een simpele economische afweging. Als het Rusland 43.000 euro kost om een Shahed op Kyiv af te sturen, dan moet het Oekraïne veel minder kosten om die met een onderscheppingsdrone uit de lucht te schieten – anders beschikt Rusland over een economische prikkel om Oekraïne te blijven bestoken. Als de Oekraïners technologie kunnen gebruiken om de Russische aanvallen ineffectief of onbetaalbaar te maken, kunnen ze tijd kopen.
Om ervoor te zorgen dat het Oekraïense leger over voldoende wapentuig beschikt, heeft de Oekraïense overheid een ongebruikelijke organisatie in het leven geroepen: Brave1. Dit programma verzamelt aan het front data over welke uitrusting voldoet, welke niet en waar precies gaten vallen. Vervolgens speelt het deze gegevens, met bijbehorende adviezen en financiering, door aan bedrijven.
Brave1 biedt zelfs een online marktplaats waar machinegeweren, drones, elektronische stoorzenders en kogelvrije vesten door gebruikers kunnen worden beoordeeld en besteld. Potentiële klanten kunnen met behulp van de ‘situatiekennissoftware’ Delta chatten over hoe ze de uitrusting die via Brave1 wordt geleverd het beste kunnen gebruiken en waar die allemaal wel of niet toe in staat is. Delta is een softwareprogramma dat het leger, de veiligheidsdiensten, buitenlandse inlichtingendiensten en politici in staat stelt om informatie uit te wisselen.
Het klinkt wat cru, maar legereenheden kunnen ‘e-punten’ verdienen met alle Russische uitrusting of soldaten die ze aantoonbaar hebben vernietigd. Op basis van hun ‘score’ stijgen of dalen ze op ranglijsten, waardoor ze meer of minder kans maken op financiering van nieuwe militaire uitrusting. Het aantal punten dat wordt toegekend voor het treffen van verschillende doelwitten verandert geregeld. Brave1 maakt de huidige puntenlijst liever niet bekend, maar als we recente berichten op sociale media mogen geloven, levert het uitschakelen van een vijandelijke tank twintig punten op en het doden van een vijandelijke soldaat twaalf.
AI-analyse
Zulke gamificatie lijkt een dergelijk gewelddadig conflict op het eerste gezicht misschien te bagatelliseren, maar is een hoogst pragmatische benadering om de beperkte middelen waarover Oekraïne beschikt te optimaliseren, tegenover de Russische overmacht. Gamers zijn goede dronepiloten en gamification helpt ze gemotiveerd te houden. ‘Het is 100 procent zeker makkelijker voor gamers’, zegt Shark. ‘Voor mensen die voorheen avond aan avond videospelletjes speelden, is het veel en veel gemakkelijker.’
Andri Hrytsenjoek, die aan het hoofd staat van Brave1, vertelt me dat er aan het begin van de grootschalige Russische invasie in 2022 niet meer dan zeven Oekraïense bedrijven waren die luchtdrones maakten, maar dat zijn organisatie inmiddels in contact staat met ruim vijfhonderd van zulke bedrijven. Hij zegt dat Brave1 ervoor wil zorgen dat er in de behoeften van het leger wordt voorzien, maar zich niet richt op standaardisatie. Brave1 ziet liever dat er een breed spectrum aan producten op zijn marktplaats te vinden is, zodat de soldaten zelf kunnen uitvinden wat voor hen het beste werkt. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat we dit niet van bovenaf hoeven aan te sturen. De legereenheden kunnen zelf het best besluiten wat ze nodig hebben’, zegt hij.
Gamificatie is een hoogst pragmatische benadering om de beperkte middelen waarover Oekraïne beschikt te optimaliseren
Brave1 verzamelt ook videobeelden van drone-aanvallen op het hele slagveld, en analyseert die vervolgens met behulp van AI. Bijna elke drone heeft tenslotte een camera aan boord, wat deze oorlog waarschijnlijk tot de best gedocumenteerde gewapende strijd ooit maakt – ook al blijft het overgrote deel van deze videobeelden geheim.
‘We analyseren alle data voortdurend. We blijven vragen stellen, evalueren eerdere besluiten en komen zo tot nieuwe besluiten. Allemaal om de effectiviteit van onze aanvallen te verhogen’, zegt Hrytsenjoek. ‘Je kunt bepaalde artillerie kopen die tot in lengte van decennia bruikbaar blijft. Maar bij drones is dat een heel ander verhaal. Als je de beste drone voor vandaag ontwerpt, kan die over een halfjaar nagenoeg waardeloos zijn. De vernieuwingscyclus is momenteel een kwestie van maanden, soms zelfs weken, zeker geen jaren.’
Oekraïne reageert op een oorlog die het land niet is begonnen door een complete industrie uit de grond te stampen waarop het land niet zat te wachten. Maar veel wijst erop dat Oekraïne, als deze oorlog eindelijk is afgelopen, wereldleider zal zijn op het vlak van technologie voor een nieuw soort oorlogvoering die alle westerse mogendheden momenteel verwoed proberen te doorgronden. Alle Oekraïense bedrijven die ik spreek, zeggen dat ze contact hebben en onderhandelen met andere landen. Sommige zeggen ook dat Europese bedrijven hun apparaten momenteel in Oekraïne testen.
Een beetje hoop
Het is overduidelijk dat westerse landen nauwlettend volgen wat er op dit moment allemaal in Oekraïne gebeurt. Iedereen beseft dat toekomstige oorlogen er heel anders uit zullen zien dan die in het verleden. Een analist van een denktank maakt me erop attent dat een Europese inlichtingendienst aandachtig volgt wat voor software en hardware beide strijdende partijen gebruiken in de hoop zo nieuwe inzichten op te doen. ‘Europa en de beschaafde wereld zijn hier niet klaar voor’, zegt Hrytsenjoek. ‘Alleen Oekraïne en Oekraïense bedrijven weten hoe het werkt en wat er gedaan moet worden.’
Hij ziet een kans voor Oekraïne om de westerse overheden te helpen met beproefde kennis en technologie. Afgelopen maart toerde Brave1 twee weken lang door de Verenigde Staten om daar de Oekraïense dronebedrijven aan potentiële investeerders te presenteren, om fondsen te werven waarmee de productiecapaciteit nog verder kan worden opgeschaald.
Ostaptsjoek was in het begin eigenlijk van plan om Ratel te sluiten nadat Oekraïne de oorlog zou hebben gewonnen. Maar inmiddels is zijn bedrijf een belangrijke werkgever en voert het besprekingen met ondernemingen in Europa en de Verenigde Staten, evenals met verschillende Europese landen, om kennis en productiefaciliteiten te delen. ‘Ik weet niet hoe de situatie zal zijn als we gewonnen hebben’, zegt Ostaptsjoek. ‘Op dit moment is Oekraïne het enige land ter wereld dat weet hoe je Russen moet doden, en we zullen de Europese landen leren hoe ze dit ook kunnen doen.’
Koesjnir vertelt me dat Heneral Tsjeresjnja niet van plan is om zijn deuren te sluiten wanneer het weer vredestijd is. ‘Deze producten bieden ons een beetje hoop op een goede toekomst. Niet alleen voor ons, maar voor alle landen in Europa’, zegt hij. ‘Wij weten hoe het werkt, we weten hoe we het snel kunnen doen, we weten hoe we in een mum van tijd fabrieken kunnen bouwen – binnen een maand kun je al over een fabriek met verschillende productielijnen beschikken. Niemand ter wereld, misschien Rusland uitgezonderd, is hier zo goed in als wij.’
Dit artikel is verschenen in New Scientist Nr 145 | Juli/augustus 2026. Deze editie vind je in ons digitaal archief.

Geef een reactie