De Tyrannosaurus rex staat bekend als de koning onder de dinosauriërs van zijn tijd: van geen enkele andere vleeseter zou hij iets te duchten hebben gehad. Maar nieuwe, controversiële vondsten schetsen een ander beeld.
Open je de aanval op de koning, dan moet je eerste schot raak zijn – al helemaal als de koning in kwestie een negen ton wegende dinosaurus is met de grootste tanden van alle bekende landroofdieren uit de geschiedenis. ‘Tyrannosaurus rex: de tiranhagediskoning. Die naam is zo ontzettend stoer dat mensen een enorme loyaliteit aan het beest hebben ontwikkeld’, zegt Greg Paul, een onafhankelijke dinosaurusonderzoeker uit de Amerikaanse staat Maryland. ‘Er is zelfs een rockband naar het dier vernoemd.’
Tientallen jaren aan wetenschappelijke vondsten gaven het idee dat de beroemde dino zo formidabel was dat hij het ecosysteem volledig in zijn greep had. Hij was niet zomaar een toproofdier; hij was hét toproofdier van zijn tijdperk. Van geen enkel ander dier had hij iets te duchten. Maar eind vorig jaar plaatste een klein groepje paleontologen vraagtekens bij de alleenheerschappij van de T. rex. Op basis van nieuwe fossielen concludeerden zij dat deze zogenaamde koning zijn troon in werkelijkheid deelde met ten minste twee andere Tyrannosaurus-soorten. Hij zou slechts één van de roofdieren zijn geweest die Noord-Amerika 69 tot 66 miljoen jaar geleden, aan het einde van het krijt, onveilig maakten.
Toen deze wetenschappers hun vizier op de koning richtten, misten ze hun doel niet. Binnen enkele maanden had hun gewaagde idee de meeste dinosaurusonderzoekers overtuigd. ‘Veel van ons zijn van mening veranderd’, zegt paleontoloog Steve Brusatte van de Universiteit van Edinburgh in het Verenigd Koninkrijk.
Het komt zelden voor dat de meningen over zo’n bekende dino zo snel en zo ingrijpend omslaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Als meerdere Tyrannosaurus-soorten tegelijkertijd deel uitmaakten van de voedselketen, dan moeten we de manier waarop dino-ecosystemen in elkaar zaten mogelijk opnieuw uittekenen. Misschien moeten we zelfs ons idee bijstellen over hoe en waarom de heerschappij van de dinosauriërs tot een einde kwam.
Alleenheerser
De angstaanjagende reputatie van de T. rex is dik verdiend. Toen hij in 1905 zijn naam kreeg, was hij veruit de grootste bekende roofdino. Hoewel we inmiddels enkele andere soorten kennen die even groot waren, had geen daarvan zo’n imposante uitstraling. ‘Hij heeft een enorm brede schedel en geweldig grote tanden’, zegt paleontoloog Scott Persons van het South Carolina State-museum in de Verenigde Staten. ‘Wat bijtkracht betreft, is de T. rex nog steeds de onbetwiste koning.’
Het ontzag dat dit dier inboezemt, heeft – als je het paleontologen vraagt – met meer te maken dat alleen zijn fysieke kracht. Hij moet een grote invloed hebben gehad op zijn ecosysteem. T. rex leefde tussen ongeveer 69 en 66 miljoen jaar geleden in een groot deel van Noord-Amerika. Veel fossielen van het dier komen uit een rotslaag met een bijzonder passende, onheilspellende naam: de Hell Creek-formatie in de staat Montana. In deze rotsen zitten fossielen van allerlei plantenetende dinosaurussoorten, maar van roofdino’s een stuk minder.
Jarenlang was de gedachte dat de T. rex in z’n uppie verantwoordelijk was voor deze kleinere diversiteit. De T. rex zou zo’n effectieve moordmachine zijn geweest, dat andere vleesetende soorten geen schijn van kans hadden. Kleine roofdieren zouden het hebben afgelegd tegen T. rex-jonkies, middelgrote roofdieren zouden de strijd met T. rex-pubers hebben verloren en tegen een volwassen T. rex was al helemaal geen kruid gewassen. ‘De veronderstelling was dat in het ecosysteem van de T. rex andere regels golden’, zegt paleontoloog Lindsay Zanno van de North Carolina State-universiteit in de VS.

Bananen des doods
Dit idee werd breed gedragen, hoewel er ook aanwijzingen waren voor het tegendeel. In de jaren veertig vonden onderzoekers in de Hell Creek-formatie een schedel van een vleesetende dino met het formaat van een ijsbeer. De meeste onderzoekers gingen er blindelings van uit dat het hier om de schedel van een jonge T. rex ging. Maar eind jaren tachtig bewezen paleontoloog Robert Bakker, destijds verbonden aan de Universiteit van Colorado in de VS, en zijn collega’s dat die conclusie geen hout sneed.
De schedel had namelijk een bovenkaak met dertig tanden, terwijl een volwassen T. rex er 24 heeft. Bovendien waren de tanden in de schedel dun en leken ze op vlijmscherpe messen. Ook daarin zat een verschil met het gebit van een volwassen T. rex. Dat bestond namelijk uit stevigere, stompere tanden: geen steakmessen, maar een soort bananen des doods. Bakkers team concludeerde dat de schedel – die inmiddels bekendstaat als de Cleveland‐schedel, omdat hij in een museum in die stad staat – van een kleiner roofdier was dat naast de T. rexleefde. De onderzoekers wilden deze soort Nanotyrannus lancensis noemen.
Een groot deel van de paleontologiegemeenschap verwierp dit idee. Men bleef erbij dat de Cleveland-schedel van een jonge T. rex was en concludeerde dat het dier gedurende zijn leven tanden wisselde, waarbij zowel het aantal als de vorm van de tanden veranderde. Zelfs toen voorstanders van het bestaan van Nanotyrannus erop wezen dat geen enkele naaste verwant van de T. rex tanden wisselde tijdens de groei, klampten de meeste onderzoekers zich vast aan het idee van de jonge T. rex. ‘Een deel van mij vraagt zich af of de grote naam die de Tyrannosaurus rex had, en nog steeds heeft, destijds onze gedachten beïnvloedde’, zegt Zanno. ‘Zelfs onder ons wetenschappers heerste het idee: dit is zo’n bijzonder dier, dat het misschien wel tot heel bijzondere dingen in staat was.’
Groeiringen
Het idee van de jonge T. rex won in 2020 extra terrein door een onderzoek waarover in dat jaar werd gepubliceerd. Tegen die tijd hadden fossielenjagers nog meer overblijfselen van kleine Tyrannosaurus-exemplaren gevonden in de Hell Creek‐formatie. Paleontoloog Holly Woodward van de Oklahoma State-universiteit in de VS analyseerde samen met Zanno en andere collega’s de overblijfselen van twee skeletten met de bijnamen Jane en Petey.

Van beide skeletten waren de botten van de ledematen bewaard gebleven. Dat maakte het mogelijk om het Nanotyrannus-idee op een nieuwe manier te toetsen. In de botten van ledematen zijn namelijk ringen te zien die tijdens de groei worden afgezet, een beetje zoals de jaarringen van boomstammen. Zaag je zo’n bot door en tel je de ringen onder een microscoop, dan kun je de leeftijd van het dier schatten. Bovendien zeggen de ringen iets over de levensfase van het dier, omdat de groeisnelheid van dieren afneemt zodra ze volwassen zijn. De groeiringen van volwassen dieren liggen daardoor dichter op elkaar dan die van jonkies.
De botten van Jane en Petey onthulden dat de dieren tussen de dertien en vijftien jaar oud waren toen ze stierven en dat ze nog volop in de groei waren. Het waren dus geen volgroeide Nanotyrannus-exemplaren. Aangezien de T. rex tot pakweg het dertigste levensjaar doorgroeit, leken ze eerder op een stel T. rex-pubers. Voor veel onderzoekers was deze vondst een nieuwe nagel aan de doodskist van de Nanotyrannus.
Strijdende dino’s
Maar in de coulissen stond ondertussen een ander fossiel klaar dat iedereen van gedachten zou laten veranderen. In 2006 ontdekten fossielenjagers in de Hell Creek-formatie de bijzonder goed bewaarde resten van een kleine Tyrannosaurus en een kleine Triceratops. De twee waren gestorven terwijl ze in een gevecht verwikkeld waren. De fossielen, bekend onder de naam ‘Dueling Dinosaurs’, waren volgens de wet eigendom van de grondeigenaren. Die probeerden de dino’s in 2013 te veilen. Maar toen zich geen geïnteresseerde koper had gemeld, nam de commerciële interesse in het bijzondere duo af. Een paar jaar later wist Zanno de eigenaren ervan te overtuigen dat de Dueling Dinosaurs in een museum thuishoorden. Het natuurhistorisch museum van North Carolina, waar Zanno haar onderzoek verricht, begon een fondsenwerfcampagne voor de aanschaf van de fossielen. Naar verluidt was hier zo’n 6 miljoen dollar, pakweg 5,1 miljoen euro, mee gemoeid.
In 2022 betraden de Dueling Dinosaurs het museum. Zanno en paleontoloog James Napoli van de Stony Brook-universiteit in de VS begonnen de kleine Tyrannosaurus te onderzoeken. Zanno was ervan overtuigd dat het dier, dat de bijnaam Manteo had gekregen, een jonge T. rex was. ‘Dat was de heersende opvatting’, zegt ze. Maar al snel sloeg de twijfel toe.
Het waren niet alleen de tanden die niet in het plaatje pasten; de rest van het skelet deed dat ook niet. Het gewicht van Manteo was zo’n 700 kilogram – nog geen tiende van het gewicht van een volwassen T. rex. Daar stond tegenover dat zijn voorpoten juist langer waren dan die van een volwassen T. rex. Ook had Manteo ’te veel’ botten in zijn staart. En tot slot bleek uit de groeiringen in zijn botten dat Manteo volwassen was toen hij stierf. ‘Hij was volgroeid, wat het onmogelijk maakt dat dit een jonge T. rex was’, zegt Napoli.

Onthullend tongbeen
Bovendien stond Zanno en Napoli nog een verrassing te wachten. De twee vergeleken Manteo met andere kleine Tyrannosaurus-exemplaren om te bepalen op welke hij het meeste leek. Ze zagen overeenkomsten met de Cleveland-schedel, maar Manteo leek óók sterk op Jane – hoewel het onderzoek uit 2020 had laten zien dat Jane nog volop in de groei was en uiteindelijk veel groter zou zijn geworden dan Manteo. De eenvoudigste conclusie was dat de fossielen tot verschillende soorten behoorden. Manteo en de Cleveland-schedel waren Nanotyrannus lancensis-exemplaren, terwijl Jane tot een andere soort behoorde, die de onderzoekers Nanotyrannus lethaeus noemden. Was er volgens de heersende opvatting eerst slechts één Tyrannosaurus-soort in de Hell Creek-formatie te vinden, nu waren het er plotseling drie.
Zanno en Napoli maakten hun vondst in oktober 2025 wereldkundig. De paleontologische gemeenschap liet haar afkeer tegen het Nanotyrannus-idee vrijwel onmiddellijk varen. ‘Jarenlang waren velen van ons sceptisch over Nanotyrannus, omdat niemand een volwassen exemplaar had gevonden’, zegt Brusatte. Manteo was die ontbrekende volwassene.
Tegen alle verwachtingen in kreeg Manteo al binnen enkele weken gezelschap van een tweede volwassen Nanotyrannus: een dino die we al kenden. Het verhaal van de Nanotyrannus was begonnen met de Cleveland-schedel en zijn vreemde tanden. Hoewel het vrij eenvoudig is om de leeftijd van een dier te bepalen op basis van zijn ledematen, waarin groeiringen te vinden zijn, is het veel moeilijker om dat te doen met een schedel. Het was onmogelijk om te bepalen of de Cleveland-schedel van een jonkie of een volwassen Tyrannosaurus was – althans, dat was de veronderstelling.
Paleontoloog Caitlin Colleary van het natuurhistorisch museum van Cleveland bracht daar verandering in. Ze wist dat de schedel een halsbotje bevatte, het zogeheten tongbeen, en besefte dat dit vanwege zijn buisvorm lijkt op de botten van ledematen. Misschien bevatte ook dit tongbeen groeiringen, dacht Colleary. Ze moedigde collega-paleontoloog Christopher Griffin van de Princeton-universiteit in de VS aan om dit te onderzoeken. Het onderzoek bracht inderdaad groeiringen aan het licht én toonde aan dat de Cleveland-schedel van een volgroeid dier was. Hij behoorde dus toe aan een kleine, volwassen Tyrannosaurus en niet aan een jonge T. rex. Deze vondst werd in december 2025 gedeeld met de gemeenschap. ‘We waren allebei verrast’, zegt Griffin. ‘Als we anderen mochten geloven, ging het hier om een jong dier. Dus daar waren wij ook helemaal van uitgegaan.’

Druppelend kaarsvet
Nog niet álle paleontologen zijn overtuigd. Woodward wijst erop dat we weinig weten over hoe het tongbeen groeit. ‘Ik ben dan ook erg terughoudend om dat botje als indicator voor volwassenheid te gebruiken’, zegt ze. Paleontoloog Thomas Carr van Carthage College in de VS is nog sceptischer. Hij is een van de grootste voorvechters van het idee dat alle kleine Tyrannosaurus-exemplaren uit de Hell Creek-formatie T. rex-jonkies zijn – zelfs Manteo. Carr beroept zich op het feit dat de T. rex en zijn naaste verwanten allemaal veel veranderingen ondergingen op weg naar volwassenheid. Zo werd het oppervlak van hun snuitbotten ruwer. ‘Alsof er kaarsvet op gedruppeld is’, zegt hij. Manteo en de andere Nanotyrannus-exemplaren hebben die kenmerken niet. Carr zegt dat het daarom ‘niet logisch’ is dat dit volwassen dieren waren.
Napoli heeft hier een antwoord op. Samen met Zanno bracht hij de stamboom van de T. rex en enkele tientallen verwanten in kaart. Daaruit bleek dat de Nanotyrannus helemaal geen naaste verwant van de T. rex was. De twee deelden weliswaar een omgeving, maar de Nanotyrannus was een veel primitievere Tyrannosaurus dan de T. rex en onderging daardoor niet de veranderingen die kenmerkend zijn voor meer ontwikkelde soorten.
Hoewel Woodward sceptisch is over een deel van het bewijsmateriaal, lijkt recent door haar uitgevoerd onderzoek de Nanotyrannus-hypothese juist te ondersteunen. Een paar maanden geleden publiceerde haar team nieuwe bevindingen over de groeisnelheid van de T. rex. De onderzoekers bekeken zeventien exemplaren. Vijftien daarvan waren in een vergelijkbaar tempo gegroeid. De twee afwijkende waren de relatief kleine Jane en Petey, die allebei trager groeiden. Woodwards team concludeerde dat deze twee dus mogelijk toch geen T. rex-exemplaren waren.
Volgens de heersende opvatting bevond zich één Tyrannosaurus-soort in de Hell Creek-formatie, maar dat blijken er nu drie
Drie joekels
En hier eindigt het verhaal niet. De ‘koning der tyrannosaurussen’ moet mogelijk in nóg meer soorten worden opgesplitst. Het Nanotyrannus-debat is namelijk niet het enige dat de afgelopen twintig jaar woedde. Er zijn paleontologen die opperen dat we ook enkele grote T. rex-skeletten opnieuw onder de loep moeten nemen. Misschien komen we dan bij nader inzien ook nieuwe soorten tegen. De discussie hierover laaide op in 2022, toen paleontologen Greg Paul, Scott Persons en Jay Van Raalte, destijds verbonden aan het College of Charleston in de VS, betoogden dat er in werkelijkheid drie grote Tyrannosaurus-soorten in de Hell Creek-formatie te vinden zijn. De oudste, die ze Tyrannosaurus imperator noemden, zou de voorouder zijn van de andere twee soorten, die daarna gelijktijdig leefden. De ene was een relatief slanke soort die ze Tyrannosaurus regina noemden. De andere had een zwaardere bouw en mocht de naam T. rex blijven dragen.
Dit voorstel viel niet in goede aarde. Een paar maanden erna kwam een aantal onderzoekers – waaronder Carr, Zanno, Napoli en Brusatte – met een reactie waarin stond dat de gevonden fossielen geen enkel bewijs leverden voor het idee van drie grote Tyrannosaurus-soorten. Maar in het wetenschappelijke artikel over hun Manteo-onderzoek van enige tijd later waren Zanno en Napoli milder gestemd. Als de Nanotyrannus zich al die tijd in het volle zicht had verborgen, waarom zou dat dan niet ook kunnen gelden voor reusachtige Tyrannosaurus-soorten? ‘We denken erover na om dit verder te gaan onderzoeken’, zegt Zanno. Maar het zal nog wel even duren voordat de onderzoekers tot conclusies kunnen komen.
Stabiel ecosysteem
De gevolgen van dit alles zouden weleens van dezelfde proporties kunnen zijn als de T. rex zelf. We weten inmiddels dat grote dino’s net zo vief en kleurrijk waren als hedendaagse dieren, maar paleontologen vinden het nog lastig om het idee te omarmen dat ook de ecosystemen in het dinotijdperk net zo divers waren als die van nu. Het overheersende idee is dat veel grote dinosoorten het veronderstelde ‘T. rex-patroon’ veroorzaakten: ze legden veel eieren, waar hongerige jonkies uit kropen die andere, kleinere diersoorten wegconcurreerden. Maar als de T. rex, het boegbeeld van dit patroon, wel degelijk ruimte liet voor andere Tyrannosaurus-soorten, dan moet dat hele idee wellicht op de schop. ‘Misschien waren de ecosystemen van toen niet zo anders dan die van vandaag de dag’, zegt Napoli. ‘Dat zou eigenlijk mooi zijn, want het betekent dat we een grote diversiteit aan soorten mogen verwachten, net als in hedendaagse ecosystemen.’
Ook niet onbelangrijk is dat de Hell Creek-formatie een blik biedt op een van de laatste door dino’s gedomineerde ecosystemen. Dit is het ecosysteem dat in volle bloei was op de dag dat een meteoriet een massa-uitsterving in gang zette. Sommige paleontologen denken dat het aantal dinosaurussoorten al miljoenen jaren eerder was begonnen met teruglopen, wat impliceert dat de dinosauriërs voorafgaand aan de inslag al richting uitsterving bewogen. De bevestiging van het bestaan van de Nanotyrannus wijst er echter op dat de dinosauriërs op de dag van de inslag juist floreerden. Dat, zo schreven Zanno en Napoli in hun Manteo-onderzoek, kan aanleiding geven om decennia aan onderzoek naar de massa-uitsterving te heroverwegen.

‘Roofdieren zijn belangrijke indicatoren voor de gezondheid en stabiliteit van een ecosysteem’, zegt Zanno. ‘Dus ook al is de Nanotyrannus maar één geslacht, zijn positie in de voedselketen zegt duidelijk iets over hoe stabiel het ecosysteem was voordat de meteoriet insloeg.’
De herziening van de T. rex en zijn status is nog maar het begin. Als we deze iconische dinosauriër in verschillende soorten moeten opsplitsen, roept dat nieuwe vragen op. Hoe was het land bijvoorbeeld verdeeld onder deze soorten? Daar krijgen we mogelijk een antwoord op zodra Zanno en Napoli de tanden van Manteo hebben onderzocht. De chemische samenstelling van tandglazuur vertelt namelijk iets over het dieet van het dier.
‘Verschilden Nanotyrannus en T. rex qua gedrag? En konden ze daardoor naast elkaar leven? Dat zijn fascinerende vragen’, zegt Zanno. ‘Maar tot een paar maanden geleden wist niemand dat die vragen überhaupt gesteld moesten worden.’
Dit artikel is verschenen in New Scientist Nr 145 | Juli/augustus 2026. Deze editie vind je in ons digitaal archief.

Geef een reactie