Door het darmmicrobioom van mensen met een pinda-allergie te veranderen met ontlasting van een donor zonder allergie, konden zij na de behandeling meer pinda verdragen. Dat blijkt uit een klinische studie.
Zes volwassenen met een pinda-allergie konden meer pinda verdragen nadat ze capsules hadden geslikt met ontlasting van iemand zonder voedselallergieën. De kleinschalige klinische studie levert meer bewijs dat voedselallergieën samenhangen met de samenstelling van het darmmicrobioom. Mogelijk kunnen veranderingen in die samenstelling allergische reacties verminderen.
‘Deze studie laat zien dat het aanpassen van het darmmicrobioom – alle micro-organismen die in de darmen leven – een behandeling is die kan helpen bij voedselallergieën en daarom verder onderzocht moet worden als mogelijke behandeling’, zegt arts-onderzoeker Rima Rachid van het Boston Kinderziekenhuis in de Verenigde Staten, die het onderzoek leidde.
Een pinda meer
Aan de klinische studie deden vijftien volwassenen mee met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar. Zelfs een kleine hoeveelheid pinda kon bij hen al een allergische reactie veroorzaken, zoals netelroos of opgezwollen lippen. Gedurende één dag slikten de deelnemers 36 capsules met ontlasting van een gezonde donor zonder voedselallergieën. Daarmee wilden de onderzoekers darmbacteriën van de donor in de darmen van de deelnemers terecht laten komen en zich daar laten vestigen.
Vier maanden later testten de onderzoekers opnieuw hoe sterk de deelnemers op pinda reageerden. Zes van hen konden grotere hoeveelheden pinda eten zonder een allergische reactie te krijgen. De meesten konden veilig een hoeveelheid pindameel eten die overeenkwam met één hele pinda. Eén deelnemer kon zelfs alle geteste hoeveelheden verdragen, waaronder een hoeveelheid die overeenkwam met vier hele pinda’s. ‘Deze reacties laten een duidelijke verbetering zien’, zegt Rachid.
Andere deelnemers stopten met het onderzoek of konden na de behandeling niet meer pinda verdragen dan daarvoor. Volgens Rachid komt dit mogelijk doordat de darmmicroben van de donor zich niet goed in hun darmen hebben gevestigd.
Sommige deelnemers kregen na het slikken van de capsules last van bijwerkingen, zoals diarree of buikpijn. Deze klachten waren mild en van korte duur.
Hoop uit de darm
Arts-onderzoeker John Ziegler van de Universiteit van New South Wales in Australië zegt dat het nog te vroeg is om te beoordelen hoe effectief de behandeling is, omdat het om een kleine studie zonder controlegroep ging waarin alle deelnemers wisten dat ze de behandeling kregen. Daardoor kan niet worden uitgesloten dat de positieve reacties door het placebo-effect kwamen.
Rachid en haar collega’s voeren nu een groter onderzoek uit onder kinderen van 12 tot 17 jaar met een pinda-allergie. De onderzoekers verdelen de deelnemers willekeurig over twee groepen: de ene groep krijgt capsules met geconcentreerde darmmicroben uit de ontlasting van een gezonde donor en de andere een placebo. Volgens Rachid moet dit onderzoek duidelijker maken of de behandeling daadwerkelijk werkt.
Mensen met een pinda-allergie moeten pinda’s nu vooral vermijden en een EpiPen bij zich dragen voor het geval ze per ongeluk toch pinda binnenkrijgen. Soms krijgen mensen orale immunotherapie. Daarbij eten ze dagelijks een kleine hoeveelheid pindapoeder, die geleidelijk wordt verhoogd om het immuunsysteem minder sterk op pinda te laten reageren. Maar sommige mensen vinden deze behandeling te belastend. Bovendien neemt het beschermende effect weer af als ze ermee stoppen.
Volgens Rachid is het daarom veelbelovend dat één dag behandeling met de poepcapsules de pinda-allergie bij sommige deelnemers vier maanden later had verminderd. Toch moeten zij voorlopig nog steeds pinda’s vermijden en een EpiPen bij zich dragen ‘want we weten niet hoe lang het beschermende effect aanhoudt’, zegt Rachid.
Beschermende darmbacteriën
Een interessante bevinding uit de studie was dat de hoeveelheid darmbacteriën uit de groep Bacteroidales duizendvoudig toenam toen de onderzoekers ontlasting van deelnemers bij wie de behandeling aansloeg, transplanteerden naar de darmen van muizen. Dit ondersteunt ander onderzoek dat erop wijst dat Bacteroidales-bacteriën mogelijk beschermen tegen voedselallergieën. Zo bleek uit een onderzoek onder 1400 Canadese kinderen dat een pinda-allergie samenhing met kleine hoeveelheden Bacteroidales in hun darmen.
In een eerder onderzoek lieten Rachid en haar collega’s ook zien dat een behandeling met Bacteroidales-bacteriën voedselallergieën voorkwam bij allergiegevoelige muizen. Hoe deze bacteriën precies bescherming bieden, is volgens Rachid nog niet duidelijk.
Poepcapsules zijn ook met succes gebruikt voor de behandeling van colitis ulcerosa – een chronische ontsteking van het slijmvlies van de dikke darm – en het autobrouwerijsyndroom, waarbij micro-organismen in de darmen koolhydraten omzetten in alcohol. Hierdoor kunnen mensen zich dronken voelen zonder alcohol te hebben gedronken. De capsules zijn praktischer dan traditionele poeptransplantaties, waarbij ontlasting van een donor via een slangetje in de darmen van de ontvanger wordt ingebracht.

Geef een reactie