De tijd van hokjesdenken is voorbij. Dat bleek maar weer eens toen ik laatst met een bioloog sprak over het verschil tussen planten en dieren.
De grens tussen de twee is eigenlijk behoorlijk vaag, vertrouwde de bioloog me toe. Planten zijn bijvoorbeeld veel slimmer dan we ooit dachten. Goed, ze zullen nog niet direct Shakespeare citeren of zo, maar ze kunnen wel met elkaar communiceren en op dreigingen reageren – net als dieren dat doen. En dan zijn er ook nog vreemde snuiters die op het grensvlak leven tussen de twee categorieën. Elysia chlorotica is bijvoorbeeld een zeeslak die op een groen blaadje lijkt en aan fotosynthese doet. Een soort plantdiertje. Of dierplantje.
De plant-dierscheidingslijn is ook niet de enige binnen de biologie die lijkt af te brokkelen. Ooit dachten we dat er zoiets was als een mannen- en een vrouwenbrein, maar dat is eveneens verleden tijd. De verschillen tussen mannen onderling zijn minstens net zo groot als het verschil tussen een willekeurige man en vrouw. Hetzelfde geldt voor neurodiversiteit: het spectrum tussen ‘neurotypische’ breinen en autistische breinen is een vage boel.
De neiging om in hokjes te denken, is puur menselijk, en de natuur houdt geen rekening met onze gebreken
En het is niet alleen de biologie die moet erkennen dat de kaders waar wij de natuur zo graag inproppen niet echt bestaan. Zo zijn natuurkundigen constant op zoek naar de grens tussen de ‘quantumwereld‘ en ‘onze wereld’. In de eerste gelden regels die alleen opgaan voor kleine deeltjes: die kunnen op twee plekken tegelijk zijn, en door muren heen glippen als spookjes. In onze grotemensen wereld kan dat niet. Op de macroschaal gelden de ‘gewone’ natuurwetten; spoken bestaan niet. En toch is om de haverklap in het nieuws dat natuurkundigen quantumgedrag hebben gezien bij een nóg groter object dan ooit tevoren. De grens komt elke keer weer een stukje verder te liggen.
Het moge duidelijk zijn: de neiging om in patronen en hokjes te willen denken, is puur menselijk, en de natuur houdt geen rekening met onze gebreken. De categorieën waar wij zoveel waarde aan hechten, zijn veelal onzin. Grenzen zijn in werkelijkheid bufferzones. Regels zijn flexibel. Het is alsof de natuur is ingekleurd door een kleuter die nog niet goed binnen de lijntjes kan blijven.
Maar dat wil niet zeggen dat we ons nergens meer sterk voor hoeven te maken. Sommige regels zijn niet buigzaam en zullen het ook nooit worden. Want laten we wel wezen: in de vaatwasser moeten de vorken met de punten naar bóven. Kom op, zeg – we zijn toch geen beesten.
Ans Hekkenberg is redacteur van New Scientist en wetenschapsjournalist. Ze schreef de boeken Gaten in het heelal, Het multiversum, R.I.P. Heelal en Het kosmisch rariteitenkabinet.
Dit artikel is verschenen in New Scientist Nr 145 | Juli/augustus 2026. Deze editie vind je in ons digitaal archief.

Geef een reactie