De honderd jaar durende zoektocht naar een enorme meteoriet in de Sahara

Het mysterie van de verloren meteoriet: een afbeelding van de Sahara

Geschreven door

in

In 1916 keerde een legerkapitein terug uit de Sahara met een ongelooflijk verhaal: hij had daar een gigantische meteoriet gezien. Maar meer dan een eeuw zoeken, door meerdere mensen, leverde niks op. Nu denken twee tweelingbroers dat ze het raadsel alsnog hebben opgelost.

Het begon allemaal met een opgevangen gesprek tussen een paar kamelenherders. We schrijven het jaar 1916. De gewond geraakte Franse legerkapitein Gaston Ripert werd voor herstel naar het kleine stadje Chinguetti in Mauritanië gestuurd – een afgelegen, zanderige plek aan de rand van de Sahara. Toen hij de herders hoorde praten over een kolossaal blok ijzer ergens tussen de golvende duinen, raakte Ripert geïntrigeerd. De herders spraken over ‘het ijzer van God’.

Ripert wist een man over te halen om hem naar deze fabelachtige plek te gidsen. Wat volgde, is inmiddels verworden tot een legende. Na een zware nachtelijke tocht op een kameel kwam de legerkapitein aan bij wat leek op een enorm metalen object – van ongeveer 100 meter breed, zo schatte hij – dat gedeeltelijk begraven lag onder de duinen. De zijkant was door het zand helemaal glad gepolijst, bijna als een spiegel.

Ripert besloot een stuk rots van deze plek mee te nemen. Na de oorlog bleek uit analyse dat het om een stukje meteoriet ging. Dit veroorzaakte een ware sensatie onder meteorietenonderzoekers van over de hele wereld, die zich gingen afvragen of ‘het ijzer van God’ zelf ook uit de ruimte afkomstig kon zijn. In dat geval zou er sprake zijn van een verbluffende vondst: een meteoriet vele malen groter dan alle eerder gevonden exemplaren.

De afgelopen eeuw hebben talloze avonturiers, wetenschappers en schatzoekers gepoogd in de voetsporen van Ripert te treden, maar allemaal keerden ze met lege handen terug. De hoop op succes begon te vervagen. Nu hebben een astrofysicus en een ingenieur – een eeneiige tweeling – de afgelopen jaren de handschoen echter opgepakt. ‘Op basis van bestaande kennis kan deze meteoriet echt bestaan’, zegt één van hen, Stephen Warren – de astrofysicus van de twee. ‘Misschien ligt hij wel onder een zandduin.’ Dankzij het werk van de tweeling zijn we nu misschien wel dichter dan ooit bij het ontrafelen van dit mysterie.

Dikke metalen naalden

Meteorieten fascineren de mens al eeuwenlang. In sommige oude culturen worden de stenen zelfs vereerd en aanbeden. Maar moderne wetenschappers zijn er net zo door geboeid. Deze ruimterotsen zijn namelijk niet alleen wonderbaarlijke objecten, ze kunnen ook informatie onthullen over de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel. Ze komen voor in allerlei vormen en maten: van minuscule stofdeeltjes tot grote rotsblokken. Het grootste bekende exemplaar op aarde is de Hoba-meteoriet van ongeveer 2,7 meter breed. Dit object ligt nog steeds op dezelfde plek in Namibië waar het ooit neerkwam. Niet gek dus, dat het verslag van Ripert zoveel belangstelling wekte: zijn ‘ijzer van God’ zou duizenden malen zo groot zijn.

Het verhaal is van meet af aan omgeven geweest door mysterie. De man die ermee instemde om Ripert naar het ijzer te brengen – een van de plaatselijke dorpshoofden – deed dat op voorwaarde dat de Fransman de locatie geheim zou houden. Ripert schreef achteraf dat ze ‘blind’ reisden, wat vermoedelijk betekent dat hij geen kaart of kompas had en wellicht geblinddoekt was. Het gezelschap reisde ’s nachts 10 uur lang per kameel en kwam bij het aanbreken van de dag aan bij de legendarische rots. Bij het ochtendgloren zag Ripert een enorme rotswand van 40 meter hoog en 100 meter lang die ‘sterk gepolijst was door opwaaiend zand’. De lange zijde lag onder de duinen begraven, waardoor de derde dimensie van het object, de diepte, ‘onmogelijk in te schatten’ was.

Ripert had tijdens WO I een kamelenkorps geleid en kende de stand van de zon, dus zijn aanwijzingen leken betrouwbaar

Er zijn wetenschappelijke redenen om aan te nemen dat het hier niet zomaar om een verzonnen verhaal gaat. Ripert bestudeerde het ijzeren gevaarte van dichtbij en beschreef ‘metalen naalden zo dik dat ik ze niet kon afbreken of verwijderen’. Deze naalden werden later een belangrijk onderdeel van het mysterie, doordat de omschrijving ervan akelig veel overeenkomsten vertoont met de werkelijk waargenomen eigenschappen van een zeldzame klasse meteorieten genaamd mesosiderieten. Deze objecten bestaan uit brokjes ijzer omhuld door fragiele laagjes silicaatmineraal. Na een lange periode op de grond verdwijnen de mineraallaagjes door erosie, waardoor naaldachtige uitsteeksels van het hardere metaal achterblijven. Dit werd pas lang na Riperts tocht door de woestijn ontdekt, dus het is geen detail dat hij als doelbewuste leugen aan het verhaal kan hebben toegevoegd.

Glanzende brokken

Bovendien bestaat er nog sterker bewijs voor de echtheid van het verhaal. Ripert gaf aan dat hij boven op de ijzeren rots was geklommen en daar een kleinere steen had aangetroffen, die hij vervolgens mee terug had genomen. In 1924 onderzocht mineraloog Alfred Lacroix deze steen aan de Franse Academie van Wetenschappen in Parijs. Hij identificeerde hem als een meteoriet. Het bleek zelfs om een mesosideriet te gaan, wat het verhaal over de vreemde naalden extra kracht bijzet. Tel dit op bij getuigenissen van vrienden en collega’s over het integere karakter van Ripert, dan wordt duidelijk waarom wetenschappers destijds gefascineerd waren door de vondst en er weinig twijfel bestond over het bestaan van de grotere meteoriet. Tijdens de presentatie van de vondst stelde Lacroix: ‘Als de door meneer Ripert opgegeven afmetingen inderdaad kloppen, en er is geen reden om daaraan te twijfelen, dan is het metalen blok veruit de grootste van alle bekende meteorieten.’

Voor zijn analyse deelde Lacroix de kleine meteoriet op in stukjes. Het grootste fragment is tegenwoordig onderdeel van de collectie van het Franse Nationaal Natuurhistorisch Museum. Je hebt slechts een snelle blik op dit exemplaar nodig om te begrijpen waarom de steen direct de aandacht van Ripert moet hebben getrokken. Er zijn grote, glanzende brokken te zien van wat puur metaal lijkt, omgeven door kleine klompjes onregelmatig gesteente. Dit patroon is een gevolg van hoe wetenschappers denken dat mesosiderieten ontstaan, waarbij de ene planetoïde zich in de pure ijzeren kern van een andere boort.

Het zou een adembenemend gezicht zijn: een meteoriet zo groot als een gebouw, glinsterend in de zon. Het duurde dan ook niet lang voordat wetenschappers zich begonnen af te vragen waar dit gigantische object zich bevond. Riperts aantekeningen van de reis, die aan Lacroix waren doorgegeven, boden echter weinig informatie over de locatie – niet zo vreemd, aangezien hij ‘blind’ had gereisd. Wel schatte Ripert dat het object zich 45 kilometer ten zuidwesten van Chinguetti bevond en net ten westen van een plaatselijke waterpoel. De legerkapitein had tijdens de Eerste Wereldoorlog een kamelenkorps geleid en kende de stand van de zon, dus deze aanwijzingen leken aanvankelijk betrouwbaar. Maar de eerste avonturiers die op zoek gingen naar de schat, keerden zonder resultaat terug. En toen astronomen vervolgens per brief met Ripert begonnen te communiceren, leek zijn verhaal te veranderen. De richting was misschien toch zuidoost, schreef hij, en de meteoriet zou inmiddels bedekt kunnen zijn onder ‘wandelende’ duinen.

Sara Russell (uiterst links) en Phil Bland (tweede van links) met lokale gidsen tijdens hun woestijnexpeditie. Beeld: Granite Productions.

In het spoor van Ripert

In de vroege jaren dertig verscheen een Fransman genaamd Theodore Monod ten tonele. Deze natuuronderzoeker, ontdekkingsreiziger en voormalig priester zou een groot deel van zijn leven aan het ontrafelen van het mysterie van Chinguetti wijden. Monods werkethiek en uithoudingsvermogen waren befaamd – hij ondernam per kameel maandenlange woestijnexpedities om de flora en fauna van de Sahara in kaart te brengen. Zijn wetenschappelijk inzicht was eveneens alom bekend. Hij was een van de eersten die overblijfselen vond van een mens uit de jonge steentijd en vergezelde later uitvinder Auguste Piccard in zijn prototype-onderzeeër, de bathyscaaf. ‘Hij was heel eerlijk en streng’, zegt meteorietonderzoeker Brigitte Zanda van het Franse Nationaal Natuurhistorisch Museum. ‘Hij zag wetenschap als een roeping – als een geloof in zekere zin. Hij beschouwde de Sahara als zijn bisdom.’

Monod vertrok in 1934 vanuit Senegal naar Chinguetti voor zijn eerste expeditie. Nadat hij de stad had bereikt, probeerde hij de voetstappen van Ripert te volgen door aanwijzingen uit zijn brieven samen te voegen en door ambtenaren en lokale bewoners op te sporen met wie Ripert mogelijk contact had gehad. Maar de plaatselijke bevolking beweerde niets te weten over een ‘ijzer van God’, en Monods zoektocht liep op niks uit.

In de daaropvolgende decennia bleef Monod zich obsessief met het raadsel bezighouden en keerde hij meermaals terug naar het gebied. Toen in de jaren negentig het einde van zijn leven naderde en hij bijna blind was, had hij er genoeg van, zegt Zanda, en kwam hij tot de conclusie dat Ripert een zogeheten butte – een geïsoleerde, rotsachtige heuvel – in de buurt, genaamd Guelb Aouinet, aangezien moet hebben voor een enorme meteoriet. Zanda, die Monod had vergezeld op een van diens laatste expedities, acht dit echter onwaarschijnlijk, aangezien Ripert een graad in natuurwetenschappen en enige kennis van geologie bezat. ‘Als je die butte ziet, is het moeilijk te geloven [dat dit is wat Ripert zag]’, zegt Zanda. ‘Dat zou nergens op slaan.’

Een stuk van de meteoriet die Gaston Ripert mee terug had genomen uit de woestijn. Beeld: Alamy/ImageSelect/SBS Eclectic Images.

Wetenschappelijke troeven

Begin deze eeuw startten twee jonge planeetwetenschappers, Phil Bland en Sara Russell, een volgende zoektocht naar ‘het ijzer van God’. Beide waren nieuwsgierig, zo niet sceptisch, over het bestaan ervan, maar meenden dat een nieuwe poging de moeite waard was. Ze beschikten namelijk over nieuwe hulpmiddelen die voorheen niet voorhanden waren. Bovendien zagen ze het als het avontuur van hun leven. ‘Chinguetti zelf is een fantastische stad, bijna als uit een roman: een oase vol enorm oude gebouwen en ruïnes, die gedeeltelijk door de woestijn zijn opgeslokt’, zegt Bland, die tot voor kort verbonden was aan de Curtin-universiteit in Australië.

Samen met een documentaireploeg van de Britse televisiezender Channel 4 reisde het tweetal per kameel naar een plek in de woestijn waarvan een piloot genaamd Jacques Gallouédec beweerde dat hij er iets interessants had gezien. Ze hadden een wetenschappelijk instrument bij zich dat tijdens eerdere zoektochten nog niet grondig was ingezet: een magnetometer, die magnetische metalen onder het zand kan detecteren. Net als zo velen vóór hen vonden ze niets. Maar Russell, die verbonden is aan het Natuurhistorisch Museum in Londen, zegt dat het duo zich destijds realiseerde dat een wetenschappelijke en systematische aanpak de weg vooruit was. ‘We vermoedden dat we alleen zo konden aantonen dat het object niet bestaat’, zegt Russell.

De magnetometer was niet de enige troef die de wetenschappers in handen hadden om een eind te maken aan het mysterie. In 2003 berekenden Bland en een collega op een supercomputer wat de grootst mogelijke ruimterots is die een ontmoeting met de atmosfeer van de aarde, en een inslag op het aardoppervlak zelf, zou kunnen overleven. Zelfs in de meest optimistische scenario’s – inclusief onwaarschijnlijke hoeken en banen waarbij de ruimterots zowat als een steentje over de oceanen ketst – waren de grootste exemplaren die mogelijk intact zouden blijven ongeveer 10 meter in doorsnede; veel kleiner dan de 100 meter lange rots die Ripert beweerde te hebben gezien. ‘En zelfs voor die 10 meter moet je echt alles uit de kast halen om dat te laten lukken’, zegt Bland.

Ook was het inmiddels mogelijk om de concentraties van verschillende radioactieve isotopen (atomen van chemische elementen met onderling verschillende aantallen neutronen in de kern, red.) in meteorieten te bepalen. In de ruimte worden de stenen bestookt met kosmische straling. Dit kan de verhouding tussen deze isotopen veranderen, maar de straling dringt slechts tot een bepaalde diepte door. Daardoor kunnen wetenschappers aan de hand van de isotopenconcentraties in een meteoriet een schatting maken van de afmeting van de ruimtesteen waar deze oorspronkelijk deel van uitmaakte. Samen met een aantal collega’s pasten Bland en Russell dit principe in 2010 toe op de meteoriet die Ripert had meegebracht. ‘Als deze echt onderdeel was geweest van een grote meteoriet, dan hadden we heel lage concentraties van deze isotopen aangetroffen’, zegt scheikundige Kees Welten van de Universiteit van Californië Berkeley, die de analyse leidde. Maar de resultaten wezen precies de andere kant op. ‘We maten een concentratie die vrij normaal is voor een meteoriet van ongeveer een meter groot.’

Op zoek naar een buitenaardse schat
Onderzoekers Robert en Stephen Warren hebben de mogelijke locatie van de reusachtige Chinguetti-meteoriet nauwkeuriger bepaald. Volgens de man die hem oorspronkelijk zou hebben gevonden, was een tocht van tien uur per kameel nodig om de ruimterots te bereiken, wat volgens de onderzoekers betekent dat de plek op minimaal 10 en maximaal 50 kilometer ligt van de stad vanwaaruit de man vertrok. Verder zou de meteoriet inmiddels verborgen moeten liggen onder zandduinen van minstens 30 meter hoog. Op basis hiervan wezen de onderzoekers twee nog niet onderzochte duingebieden (rood omlijnd) aan waar de schat zich zou kunnen bevinden.

Digitale dwaaltocht

Velen beschouwden dat als een definitief oordeel. De wetenschap had gesproken: de gigantische meteoriet van Ripert kon niet hebben bestaan, of in elk geval niet zoals hij hem beschreven had. Alleen laat die conclusie ons achter met prangende vragen over Riperts verhaal (zie ‘Wat heeft Gaston Ripert gezien?’ op pagina 33). Heeft de kapitein alles verzonnen en, zo ja, wat had hij daarbij te winnen? Voor sommigen biedt het ontbreken van een overtuigend motief voor Ripert om zijn verhaal te verzinnen een sprankje hoop dat wetenschappers misschien, heel misschien, iets over het hoofd hebben gezien.

Fascinerend genoeg kan Ripert zelf ons hierover toespreken vanuit het verleden. In 1934 schreef hij in een brief aan Monod: ‘Ik weet dat de algemene opvatting is dat de steen niet bestaat; dat ik voor sommigen puur en alleen een bedrieger ben die ergens een stukje metaal heeft gevonden. Dat ik voor anderen een simpele ziel ben die een zandsteenformatie voor een enorme meteoriet heeft aangezien. Ik zal niets doen om hen van hun ideeën af te helpen. Het enige wat ik weet, is wat ik heb gezien.’

Zelfs in het meest optimistische scenario is een ruimterots die intact het oppervlak bereikt maximaal 10 meter in doorsnede

In 2018 raakte Robert Warren – de tweelingbroer van Stephen die eerder in dit verhaal al aan het woord kwam – in de ban van ‘het ijzer van God’, toen hij in Mauritanië werkte als ingenieur voor een multinationale oliemaatschappij. Op een dag was hij wat aan het rondzoeken op het web naar een avontuurlijk weekenduitje toen hij op de Wikipediapagina stuitte van de stad Chinguetti en de rijke geschiedenis van de gelijknamige meteoriet. ‘Vanaf dat moment was ik helemaal verkocht’, zegt Warren.

Aanvankelijk bracht Warren avonden door op Google Earth om te kijken of hij de meteoriet op satellietbeelden uit het zand zag steken. Maar naarmate hij meer las over eerdere zoektochten, besefte hij dat – ondanks het werk van Russell en Bland – nog nooit iemand een systematisch magnetometeronderzoek had uitgevoerd om te achterhalen wat er onder de zandduinen verborgen lag.

Twee locaties

Maar voor zich daaraan te wagen, wilde hij eerst eens Chinguetti bezoeken. In 2022 organiseerde hij een kleinschalige expeditie de woestijn in, in een poging om in Riperts voetsporen te treden. Deels in de stille hoop om de meteoriet te vinden, maar vooral om zoveel mogelijk aanwijzingen te verzamelen waarmee hij, door middel van uitsluiting, het zoekgebied kon verkleinen. Daarnaast verzamelde hij bestaande satellietgegevens van de regio rond Chinguetti, die onder meer de hoogte van de duinen onthulden. Robert besloot de hulp in te roepen van zijn tweelingbroer Stephen, die astrofysicus is aan het Imperial College London, om al deze informatie samen te voegen.

Afgaande op brieven en getuigenissen van mensen die hem kenden, was Ripert een eerlijke en integere man

Ondanks al hun overeenkomsten zijn er ook grote verschillen tussen Robert en Stephen. ‘Hij is een wetenschapper die zijn hele carrière heeft gewerkt in een vakgebied dat over gigantische hoeveelheden data beschikt. Daarom houdt hij van zekerheid’, zegt Robert over zijn broer, die zich doorgaans bezighoudt met het opsporen van verre sterrenstelsels. Volgens Stephen zelf heeft hij dankzij zijn jarenlange onderzoekservaring ‘een intuïtie ontwikkeld voor hoe ik dingen moet aanpakken, en ben ik veel sceptischer dan Robert.’ Maar hij geeft ook toe dat zijn broer ‘enorm veel enthousiasme en energie bezit, en ook veel lef heeft.’ Na alle bewijsstukken te hebben gecombineerd, concludeerden de tweelingbroers dat er slechts twee locaties waren waar de meteoriet zich kon bevinden (zie ‘Op zoek naar een buitenaardse schat’ op pagina 30).

In 2022 keerden de gebroeders Warren vlak voor kerst terug naar de woestijn om de eerste van die twee locaties te verkennen: een duingebied ten zuiden van Chinguetti dat bekendstaat als Les Boucles. Met een magnetometer trokken ze door de duinen en verrichtten ze om de 50 meter metingen. ‘Het was een geweldige ervaring om de woestijn in te trekken’, zegt Stephen. ‘Het is een prachtig landschap. Je bent er helemaal alleen. We voerden een spannend experiment uit. We hadden goede hoop dat we iets zouden vinden.’

Maar dat gebeurde niet – alweer niet. De tweeling wist van meet af aan dat de kans op succes niet groot was. Dus waarom waagden de twee überhaupt een poging? Op dit punt waren beide broers het eens: wetenschappelijke consensus bereiken kan een rommelig proces zijn, en geen enkel bewijsstuk mag over het hoofd worden gezien. De isotopenstudies leken het verhaal van Ripert onhoudbaar te maken. Maar zet je die af tegen het gebrek aan redenen voor Ripert om te liegen, zijn betrouwbare reputatie, zijn beschrijving van de vreemde naalden en het bestaan van de kleinere meteoriet, dan wordt het oordeel minder zeker, zegt Stephen. ‘Zolang er geen zeer overtuigend bewijs is, sta ik open voor alles.’

Het stadje Chinguetti ligt aan de rand van de woestijn, in het noorden van Mauritanië. Beeld: iStock.

Verpletterende klap

De broers waagden nog een laatste poging. Op zoek naar afzettingen van mineralen bracht de Mauritaanse regering het gebied begin deze eeuw in kaart met een magnetometer aan boord van een vliegtuig. Dat leverde een gedetailleerde dataset op, maar deze werd niet openbaar gemaakt. Robert benaderde de regering meermaals, maar ontving geen reactie. Daarom wendde hij zich tot zijn oude contacten in de olie-industrie, in een poging om via hen in contact te komen met hooggeplaatste regeringsfunctionarissen.

Roberts doorzettingsvermogen wierp in mei 2025 eindelijk zijn vruchten af. Hij ontving de gegevens. Het kostte hem weken om in zijn eentje een onbekende set meetgegevens van een enorm gebied uit te pluizen, waarbij hij speurde naar elk mogelijk piekje in het magnetische veld dat op een begraven schat zou kunnen duiden. Uiteindelijk kwam hij tot een pijnlijke conclusie. In augustus 2025 mailde Robert aan New Scientist: ‘We hebben precies de gegevens gekregen die we nodig hadden om te zien of de meteoriet daar ligt of niet, en het antwoord is: nee, hij ligt er niet.’

‘Wandelende’ duinen zouden de mysterieuze meteoriet aan het zicht kunnen hebben onttrokken. Beeld: Anne Laure Gueret/iStock.

Na een zoektocht van meer dan zeven jaar was dit een verpletterende klap. ‘Ik was er kapot van’, zegt Robert. ‘Ik bleef maar naar de gegevens kijken en mezelf afvragen of ik iets over het hoofd zag.’ Maar het was duidelijk: de meteoriet bevindt zich niet in het door Ripert beschreven gebied. Het blijft mogelijk dat de Fransman een kleinere meteoriet heeft gezien, zegt Stephen, maar het kan niet de joekel zijn waar zovelen op hoopten. ‘Dat is een nogal onbevredigende conclusie, nietwaar? Want dan zou er nog steeds eentje kunnen liggen. Het zou nog altijd om de grootste meteoriet ter wereld kunnen gaan, die het huidige record met, zeg, een factor 10.000 verbreekt. Maar zo gaat het nu eenmaal in het leven. Het is niet zwart-wit, het is niet klip en klaar.’

Bland begrijpt op zijn beurt wel waarom de tweeling de drang voelde om ondanks de lage verwachtingen toch een nieuwe zoektocht te ondernemen. ‘Ik snap volledig waarom ze met een ‘nee’ geen genoegen namen’, zegt hij. ‘Als je denkt dat je het op een andere manier kunt aanpakken, dan moet je ervoor gaan. Wetenschap draait tenslotte voor een belangrijk deel om daadwerkelijk iets verkennen.’

Sluimerende dromen

Dus, wat is nu de stand van zaken? Inmiddels staat als een paal boven water dat het verhaal van Ripert niet letterlijk kan kloppen. Maar elke wetenschapper die zich heeft verdiept in het mysterie van ‘het ijzer van God’ blijft achter met een onbevredigend gevoel. Wat is er werkelijk gebeurd op die bewuste dag in 1916? Als Ripert een fantast was, waar haalde hij dan die echte meteoriet vandaan, die onomstotelijk van een uiterst zeldzame soort is? ‘We moeten accepteren dat we niet overal een antwoord op hebben’, zegt Zanda. ‘Ik denk dat we daarmee moeten leren leven, tenzij er echt nog een nieuwe wending komt. Daar hadden de gebroeders Warren voor kunnen zorgen. Maar goed, dat is niet gebeurd.’

Op zich is het ook niet heel vreemd dat wetenschappers het in dit geval moeten doen met een samenraapsel van moeilijk te plaatsen bewijsstukken. Het komt in de wetenschap maar zelden voor dat alles ineens op zijn plek valt; dat verwarrende aanwijzingen plots als puzzelstukjes in elkaar passen en we iets nieuws ontdekken. Mysteries en onverklaarbare gebeurtenissen vormen de brandstof die de wetenschappelijke motor aandrijft.

Wetenschappelijke consensus bereiken kan een rommelig proces zijn: geen enkel bewijsstuk mag je over het hoofd zien

De befaamde ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker Monod leek hier net zo over te denken. Zanda herinnert zich dat ze met hem boven op de Guelb Aouinet stond, de rotsformatie waarvan hij dacht dat Ripert die misschien voor een meteoriet had aangezien. ‘Komt er ooit een moment dat we alle hoop moeten opgeven?’ vroeg Monod haar, uitkijkend over de duinen. ‘Of is het juist iets goeds dat – door te weigeren aan het bewijs toe te geven – de dromen die in ons allemaal sluimeren kunnen blijven bestaan?’

Wat heeft Gaston Ripert gezien?

Het valt onmogelijk met 100 procent zekerheid te achterhalen wat Ripert daadwerkelijk zag in de woestijn op die gedenkwaardige ochtend in 1916, maar er zijn vier denkbare verklaringen.

1. Hij heeft het hele verhaal verzonnen
De wetenschapsgeschiedenis barst van de bedriegers en fantasten. Aangezien zijn bewering zo opzienbarend is, is het mogelijk dat Ripert simpelweg loog. Maar afgaande op brieven en getuigenissen van wetenschappers en mensen die hem kenden, was Ripert een eerlijke en integere man. Hij ontving het Franse Legioen van Eer, de hoogste militaire onderscheiding van het land, en bekleedde decennialang hoge militaire posten in Senegal en Ivoorkust. Bovendien lijkt het erop dat Ripert nooit enig voordeel heeft behaald uit zijn verhaal.

2. Ripert zag iets anders aan voor een enorme meteoriet
Wat als de legerkapitein echt iets heeft gezien, maar het iets anders was dan hij dacht? In de hitte van de woestijn kan ‘zijn fantasie door de Saharazon oververhit zijn geraakt’, betoogde Jean Bosler, een geoloog die brieven uitwisselde met Ripert. Maar toch, Ripert was geen dwaas. Hij behaalde meerdere diploma’s in de natuurwetenschappen en wiskunde, en was een fervent amateurgeoloog, die vanuit zijn verschillende posten in Afrika fragmenten van gesteenten naar Frankrijk stuurde. Hij was dus ongetwijfeld bekend met de kenmerken van meteorieten, zegt meteorietonderzoeker Brigitte Zanda van het Franse Nationaal Natuurhistorisch Museum. Dat maakt zo’n simpele fout onwaarschijnlijk.

3. Hij sprak de waarheid, maar we zien iets over het hoofd
Ondanks het sterke wetenschappelijke bewijs tegen het bestaan van de meteoriet en de uitvoerige zoektocht door de gebroeders Warren blijven er wat-als-vragen bestaan. Misschien bevindt het gebied waar Ripert die bewuste nacht naartoe reisde zich helemaal niet in de buurt van de locatie die hij later beschreef. In dat geval ligt de meteoriet wellicht op een plek waar nog niemand heeft gezocht. De meteoriet zou ook fors kleiner kunnen zijn dan Ripert schatte – en daardoor moeilijker vindbaar.

4. Ripert vertelde slechts deels de waarheid
Een jaar na de nachtelijke kameeltocht stierf de man die Ripert begeleidde, mogelijk door vergiftiging. Is hier misschien sprake van een groter complot? Wie weet. Wat we in ieder geval met zekerheid kunnen zeggen, is dat de discussie over Riperts integriteit voorbijgaat aan het feit dat hij blijkbaar de belofte aan zijn gids heeft gebroken om de locatie van ‘het ijzer van God’ geheim te houden. Dat laat een intrigerende mogelijkheid open: wat als Ripert de meteoriet wel degelijk heeft gezien, maar opzettelijk misleidende informatie heeft verspreid over de exacte locatie ervan? Misschien hield hij zichzelf voor dat hij op deze slordige manier zijn belofte om de locatie geheim te houden kon nakomen en tegelijkertijd het bestaan van de gigantische meteoriet aan de buitenwereld kon onthullen.

Gaston Ripert beweerde dat hij een gigantische meteoriet in de Sahara had gezien. Beeld: Granite Productions.

Dit artikel is verschenen in New Scientist Nr 145 | Juli/augustus 2026. Deze editie vind je in ons digitaal archief.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *