Het jarenlang onderdrukken van natuurbranden heeft Europese landen juist kwetsbaarder gemaakt voor bosbranden. Nu klimaatverandering het risico op natuurbranden vergroot, pleiten sommige experts voor een fundamenteel andere aanpak.
Nu ongekende natuurbranden woeden in Frankrijk en Spanje, is ook de politieke discussie opgelaaid. Rechtse oppositiepartijen verwijten beide regeringen dat zij te weinig hebben geïnvesteerd in blusvliegtuigen: bijna de helft van de Canadair-toestellen is buiten gebruik. Overheidsfunctionarissen wijzen op hun beurt naar conservatief bestuurde regio’s, zoals Madrid, waar de bosbrandweer maar voor de helft bezet is, wat de brandbestrijding bemoeilijkt.
Volgens deskundigen richt deze discussie zich te veel op de symptomen in plaats van op de oorzaak. Europa zou veel meer moeten investeren in brandpreventie. Dat kan bijvoorbeeld door gecontroleerde branden aan te steken, of natuurbranden gecontroleerd hun gang te laten gaan.
‘Je kunt het aantal blusvliegtuigen verdubbelen of zelfs verdrievoudigen – maar dat kost enorm veel geld, en elke euro die je daaraan uitgeeft, kun je niet investeren in preventie’, zegt klimaatwetenschapper Sébastien Lahaye van het Franse adviesbureau voor natuurbrandbeheer Warucene. ‘Toch zullen er altijd branden zijn die uit de hand lopen en uitgroeien tot een megabrand.’
Recept voor een megabrand
Voor een catastrofale natuurbrand zijn drie ingrediënten nodig: droogte, hitte en een grote hoeveelheid brandbaar materiaal. Dit jaar zijn alle drie ruim voorhanden. Een nat voorjaar zorgde in delen van Europa voor veel plantengroei. Die vegetatie droogde vervolgens uit tijdens de droge zomer. Daarbovenop heeft een groot deel van Europa inmiddels te maken gehad met de vierde hittegolf van het jaar.
In de Europese Unie is dit jaar al meer dan 4.300 vierkante kilometer in vlammen opgegaan. Als dat tempo aanhoudt, wordt het record van vorig jaar – toen 10.800 vierkante kilometer afbrandde – verbroken. De enorme natuurbranden bij Bordeaux en Madrid leidden tot een van de grootste evacuaties sinds de Tweede Wereldoorlog.
Onderdrukkingsparadox
Toch is zowel het aantal natuurbranden als het totale afgebrande oppervlak in Zuid-Europa sinds 1981 juist afgenomen, blijkt uit een onderzoek van klimaatwetenschapper Raúl Cordero van de Rijksuniversiteit Groningen. Landen rond de Middellandse Zee waarschuwen hun inwoners al jarenlang voor kampvuren en sigaretten in natuurgebieden. Ook zijn ze steeds beter geworden in het snel bestrijden van branden, dankzij beter opgeleide brandweerlieden en investeringen in vliegtuigen en helikopters.
Dat succes heeft ook een keerzijde. Doordat kleine branden snel worden geblust, hopen struiken en ander brandbaar materiaal zich op. Daardoor kunnen de branden die wél ontsnappen aan de controle uitgroeien tot extreme megabranden. Dit wordt ook wel de ‘onderdrukkingsparadox’ genoemd.
Daar komt nog bij dat veel mensen het platteland hebben verlaten, waardoor voormalige landbouwgrond en weilanden zijn dichtgegroeid. Tegelijkertijd zijn steeds meer woningen gebouwd in bosrijke gebieden rond steden als Barcelona. Dat vergroot het risico op natuurbranden, die meestal door menselijk handelen ontstaan.
Klimaatverandering doet ook een flinke duit in het zakje. Volgens het onderzoek van Cordero is het aantal hete, droge en winderige dagen waarop natuurbranden gemakkelijk ontstaan inmiddels meer dan verdubbeld in grote delen van Zuid-Europa.
‘Wat we dit jaar zien, lijkt onze hypothese te bevestigen’, zegt Cordero. ‘We staan aan het begin van een nieuw tijdperk van grote natuurbranden, die vroeger in Europa nauwelijks voorkwamen dankzij succesvolle brandbestrijding en -voorlichting.’
Van bestrijding naar preventie
In plaats van nóg meer in brandbestrijding te investeren, moet Europa volgens experts landschappen juist beter bestand maken tegen vuur. Momenteel gaat in veel landen ongeveer 90 procent van het budget naar het bestrijden van branden. Slechts 10 procent gaat naar preventie, zegt ecoloog Johann Goldammer van het Max Planck-instituut voor Chemie in Duitsland.
‘Dat zou precies andersom moeten zijn. Investeer 90 procent van het budget in preventie en andere proactieve maatregelen, zodat nog maar 10 procent nodig is voor brandbestrijding’, zegt hij.
De Europese Unie werkt eraan om tegen 2030 twintig procent van haar landoppervlak te herstellen om de klimaat- en biodiversiteitscrisis aan te pakken. Volgens Goldammer betekent dat in veel gevallen juist dat bossen intensiever beheerd moeten worden, bijvoorbeeld via duurzame houtkap.
Maar alleen bomen kappen is niet genoeg. De brand bij Bordeaux woedde door het grootste aangeplante bos van Europa, in Landes. Dit is een gebied van 10.000 vierkante kilometer dat ooit zo moerassig was dat herders zich op stelten voortbewogen. Onder Napoleon III werden de moerassen drooggelegd en beplant met zeedennen, die nog altijd worden gekapt voor hout en papier.
Na de verwoestende brand van 2022 in het gebied hebben grondeigenaren toegangswegen, watergangen en brandgangen aangelegd. Tegelijkertijd hebben ze de monocultuur van dennen opnieuw aangeplant, terwijl juist zulke uniforme bossen het brandrisico vergroten. Ook de uitgestrekte eucalyptusplantages in Portugal droegen bij aan verwoestende branden, zoals die bij Pedrógão Grande in 2017, waarbij 66 mensen omkwamen. Hoewel het misschien moeilijk is om een grotere diversiteit aan boomsoorten in Landes te realiseren, moeten de brandgangen in ieder geval worden verbreed en uitgebreid, zegt Lahaye.
Vuur afremmen
Ook zonder kale brandgangen kunnen bossen veiliger worden gemaakt. Door bomen uit te dunnen en struiken te verwijderen, ontstaan zogenoemde brandstofbarrières, die de verspreiding van vuur vertragen. Daarnaast kan het herstel van boomgaarden, wijngaarden, weilanden en landbouwgrond zorgen voor een gevarieerd landschap met afwisselend veel en weinig brandbaar materiaal. Zo’n ‘mozaïek’ remt de verspreiding van vuur af, in tegenstelling tot de aaneengesloten bossen waarin de branden bij Bordeaux en Madrid zo snel konden groeien.
In sommige Spaanse regio’s worden kuddes geiten, schapen en koeien ingezet om brandbare struiken weg te grazen. Maar in Frankrijk is pas 30 procent van de risicovolle begroeiing verwijderd. Dat komt onder meer doordat regels voor brandveiligheid botsen met biodiversiteitswetgeving.
Laat maar branden
Een van de effectiefste manieren om kreupelhout te verwijderen, is via gecontroleerde branden. Tijdens de grote natuurbranden in het westen van de Verenigde Staten in 2020 bleken branden in gebieden waar eerder gecontroleerde branden waren aangestoken gemiddeld 16 procent minder hevig. Bovendien kwam daarbij 14 procent minder schadelijke fijnstof vrij.
Maar Europa is veel dichtbevolkter dan de Verenigde Staten. Ook zien omwonenden gecontroleerde branden vaak als een gevaar. Bovendien maken regels de methode op veel plaatsen nog moeilijk uitvoerbaar. In Landes worden gecontroleerde branden bijvoorbeeld wel langs wegen uitgevoerd, maar niet in de buurt van productiebossen.
Soms is het zelfs beter om een natuurbrand niet te bestrijden, zeker in de winter, zegt bosbrandonderzoeker Stefan Doerr van de Swansea-universiteit in het Verenigd Koninkrijk. Dat is misschien wel de meest controversiële maatregel.
‘Brandweerlieden uit de omgeving van Barcelona zeggen: als er brand uitbreekt in een bos en er staat weinig wind, laat het dan branden. Dan is de kans kleiner dat er later, bij meer wind, opnieuw brand uitbreekt’, zegt Doerr. ‘Iedereen houdt van een mooi dennenbos… maar het is ook een tikkende tijdbom.’

Geef een reactie