Laat de huidige toestand van de wereld even tot je doordringen en je wordt al snel overvallen door lichte wanhoop. De Britse wetenschapsjournalist Fred Pearce geeft ons vijf redenen om toch nog om een beetje hoopvol te zijn.
Het is gemakkelijk om moedeloos te worden wanneer je nadenkt over het lot van onze planeet. We kampen met een voortdurende klimaatcrisis, soorten die in rap tempo uitsterven, bossen die verdwijnen, waterkringlopen die instorten, steden gehuld in verstikkende vervuiling en een toename aan ‘dode zones’ in de oceanen. En dan zit er in het Witte Huis ook nog eens een president die in de wetenschap achter klimaatverandering een groot complot ziet.
Maar ik weiger me compleet uit het veld te laten slaan. Groene energie heeft zich inmiddels zó ontwikkeld, en is zó goedkoop geworden, dat zelfs een Amerikaanse president de opkomst ervan niet kan tegenhouden – zeker niet als je bedenkt dat China de wereld met koolstofarme technologie wil veroveren.
Noem me een onverbeterlijke optimist, maar met pessimisme komen we ook nergens. Daarom leek het me een goed idee om eens vijf redenen op een rij te zetten waarom we ondanks alles hoopvol mogen zijn over de toekomst van de aarde.
Reden één: de natuur maakt op veel plekken een comeback. Zelfs in de meest vervuilde landschappen past ze zich aan, evolueert ze en eist ze haar eigen territorium weer op. Wolven struinen Europa af en tijgers breiden hun leefgebied uit in India. Ik zeg niet dat we ons geen zorgen hoeven te maken over het verlies van biodiversiteit, maar het goede nieuws is dat de natuur niet zo kwetsbaar is als we soms vrezen. In veel delen van de wereld geven we haar al meer ruimte om haar gang te gaan. Zo geven boeren in sommige regio’s stukken land terug aan de natuur.

Reden twee: langzaam wordt de ‘bevolkingsbom‘ onschadelijk gemaakt. Nog niet zo lang geleden werd de destijds aanhoudende babyboom als dé ultieme bedreiging voor de planeet gezien. Bijna elke actie om die te stoppen, was gerechtvaardigd. In 1983 kenden de Verenigde Naties hun Population Award toe aan de geestelijk vader van China’s wrede eenkindpolitiek. Maar tegenwoordig krijgen stellen de helft minder kinderen dan een halve eeuw geleden – uit vrije wil. Vertrouwen werkt blijkbaar een stuk beter dan dwang. De situatie is nu omgekeerd: juist ultralage vruchtbaarheid en bevolkingsafname in delen van de wereld boezemem sommigen angst in.
Reden drie: de techniek kan ons helpen milieugevaren in te tomen. Toen in 1992 het Klimaatverdrag werd aangenomen, kwam je nog vrijwel nergens windturbines tegen, waren zonnepanelen onmogelijk dure apparaten die alleen in de ruimtevaart werden gebruikt en had niemand de opkomst van elektrische auto’s voorzien. Iets meer dan dertig jaar later wordt meer dan 40 procent van alle elektriciteit ter wereld opgewekt door goedkope koolstofarme technologieën. De verandering gaat zeker nog steeds niet snel genoeg, maar het einde van onze wereldwijde verslaving aan fossiele brandstoffen is in zicht.
Reden vier: we springen steeds efficiënter met materialen om. Sinds het begin van deze eeuw is het materiaalverbruik van het Verenigd Koninkrijk – denk aan voedsel, metalen en fossiele brandstoffen – gedaald van 16 ton naar 11 ton per persoon per jaar (op Europees niveau is sprake van een daling van 18 ton begin 2008 tot 14 ton nu, red.). Hoe dat komt? Moderne fabricage maakt veel meer met minder. En rijke consumenten geven relatief minder uit aan spullen en meer aan ervaringen: uit eten gaan, de sportschool of optredens. Natuurlijk ontbeert een groot deel van de wereld nog steeds de basis, maar ook de ‘consumptiebom’ wordt dus langzaam onschadelijk gemaakt.
Het einde van onze verslaving aan fossiele brandstoffen is in zicht
Reden vijf: we nemen lokale kennis steeds serieuzer. Een van de grote ontwikkelingen van de afgelopen jaren is dat we plattelandsgemeenschappen niet langer als ‘vijanden van hun omgeving’ zijn gaan zien: niet als ontbossers, maar juist als redders. Binnen inheemse reservaten vindt minder tropische ontbossing plaats dan daarbuiten. En in veel Afrikaanse landen worden bedreigde dieren nu niet alleen binnen, maar ook buiten nationale parken beschermd.
Het idee dat we door onze hebzucht gedoemd zijn om de planeet te verkwanselen – de zogeheten tragedy of the commons – is ronduit onjuist. Als het lokale gemeenschappen lukt om de natuur eerlijk en verantwoord te delen, dan moet dat wereldwijd ook lukken als het gaat om de atmosfeer, het klimaat en de oceanen. De grootste uitdaging is het vinden van de manier waarop.
Ik geef toe: een doemscenario is niet ondenkbaar. Om die te voorkomen, hebben we geen andere keuze dan actie te ondernemen. Stap één: omarm je innerlijke optimist.
Dit artikel is verschenen in New Scientist Nr 145 | Juli/augustus 2026. Deze editie vind je in ons digitaal archief.

Geef een reactie