Wilde bijen blijken dol op ‘compensatienatuur’

Een bestuiver: de wilde bij.

Geschreven door

in

Wilde bijen doen het goed in graslanden die zijn aangelegd ter compensatie van elders vernietigde natuur. In zulke ‘natuurcompensatiegebieden’ vonden onderzoekers van de Wageningen-universiteit meer wilde bijen en meer bijensoorten dan in vergelijkbare referentiegebieden.

Wanneer natuur plaats moet maken voor nieuwe woningen of wegen, gaat er vaak biodiversiteit – de variatie aan planten en dieren in een gebied – verloren. Om dat verlies te compenseren, wordt bestaande natuur hersteld of wordt elders nieuwe natuur aangelegd, zogenoemde ‘natuurcompensatiegebieden’. Ecologen van Wageningen-universiteit ontdekten dat deze gebieden verrassend gunstig zijn voor wilde bestuivers.

Natuur teruggeven

Natuurcompensatie, ook wel biodiversity offsetting genoemd, is binnen het Europese natuurbeleid een belangrijk en wettelijk verplicht hulpmiddel. Provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering ervan. Maar in hoeverre profiteren soorten daadwerkelijk van deze compensatiegebieden? Die vraag is bijzonder relevant voor bestuivers, waaronder wilde bijen, vlinders en zweefvliegen. Zij staan in Europa onder druk door het verlies van leefgebieden en voedselbronnen.

Om te onderzoeken of compensatiegebieden een geschikt leefgebied bieden voor deze soorten, vergeleken ecologen van Wageningen-universiteit twintig compensatiegebieden in semi-natuurlijke graslanden – graslanden met een natuurlijke vegetatie die door maaien of grazende dieren in stand wordt gehouden – met twintig vergelijkbare graslanden van Staatsbosbeheer. Deze referentiegebieden lagen verspreid over Nederland en dienden als een natuurvoorbeeld: zo zouden de compensatiegebieden er na een succesvol natuurherstel uiteindelijk uit moeten zien. In beide gebiedstypen telden de onderzoekers wilde bijen, zweefvliegen en bloemen en brachten ze de vegetatie in kaart.

Andere bloemen, meer bijen

In de compensatiegebieden bleken, tot verrassing van de onderzoekers, ruim twee keer zoveel wilde bijen voor te komen als in de referentiegebieden. Ook troffen zij er meer bijensoorten aan. Voor zweefvliegen vonden ze geen duidelijke verschillen.

Daarnaast vonden de ecologen nauwelijks verschillen in het totale aantal bloemen– en plantensoorten tussen de compensatie- en referentiegebieden. Wel zagen zij duidelijke verschillen in de verhouding tussen de aanwezige bloemensoorten.

Volgens de onderzoekers heeft deze verschuiving in de samenstelling van de bloemenmix mogelijk bijgedragen aan het hogere aantal wilde bijen in de compensatiegebieden. Sommige bloemensoorten zijn namelijk aantrekkelijker voor wilde bijen dan andere. Relatief kleine verschillen in het bloemenaanbod kunnen grote gevolgen hebben voor het aantal bestuivers dat een gebied bezoekt.

Een aanvullende verklaring voor het grotere aantal bijensoorten komt van ecoloog Jonas Lembrechts van de Universiteit Utrecht, die niet betrokken was bij het onderzoek. Volgens hem kan een rol spelen dat veel compensatiegebieden nog relatief jong zijn. ‘In de eerste jaren na aanleg kunnen zich veel verschillende soorten vestigen. Naarmate het grasland ouder wordt, ontstaat meer concurrentie, waardoor sommige soorten dominanter worden en andere soorten verdwijnen. Het zou kunnen dat deze gebieden zich nog aan het ontwikkelen zijn en dat de aantallen wilde bijen en bijensoorten op termijn meer gaan lijken op die in de referentiegebieden’.

Voorwaarden voor succes

Zowel de Wageningse onderzoekers als Lembrechts benadrukken dat natuurcompensatie alleen succesvol kan zijn als beheerders de compensatiegebieden zorgvuldig aanleggen, monitoren en actief blijven beheren. ‘Het is ook belangrijk om te beseffen dat deze bevindingen alleen gelden voor graslanden. Dit type ecosysteem reageert relatief snel op natuurherstel, terwijl bossen, heide en duinen veel langzamer herstellen. Daar brengt natuurcompensatie meer onzekerheden met zich mee. Juist daarom is het extra goed nieuws dat compensatiegebieden in graslanden een positief effect laten zien’, zegt Lembrechts.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *