Orang-oetanmoeders regelen speelafspraakjes voor hun kroost

Moeder orang-oetan met haar jong in haar armen.

Geschreven door

in

Vrouwelijke orang-oetans leven meestal solitair, maar toch zorgen ze ervoor dat hun jongen af en toe iemand hebben om mee te spelen. Daarvoor leggen ze grote afstanden af en ze kiezen er zelfs voor om even minder te eten om een speelafspraakje mogelijk te maken.

Het lijkt erop dat orang-oetanmoeders naar het territorium van andere moeders trekken waarvan de jongen ongeveer even oud zijn. Daardoor kunnen de kleintjes samen spelen.

Spelenderwijs leren

Voor veel dieren is spelen essentieel om te leren. Het versterkt de motorische vaardigheden en helpt belangrijk sociaal gedrag aan te leren. Maar orang-oetans zijn een solitaire diersoort. Moeders krijgen slechts een jong, dat ze zes tot zeven jaar lang in hun uppie grootbrengen. Jonge orang-oetans hebben soms even contact met elkaar, maar hoe vaak dat gebeurt en hoe zulke ontmoetingen ontstaan, is nog niet goed bekend.

‘Ik denk dat de aanname is dat orang-oetans minder hoeven te spelen omdat ze minder sociaal zijn dan andere apen. Maar mannelijke orang-oetans moeten later wel vechten, dus dat zullen ze ergens moeten oefenen’, zegt bioloog Zarin Machanda van Tufts-universiteit in de Verenigde Staten.

Leeftijdsgenootjes

Het team van ecoloog Odd Jacobson van het Max Planck-instituut voor Diergedrag in Duitsland analyseerde vijftien jaar aan meetgegevens over 31 moeder-jong-paren van de Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus wurmbii). De gegevens omvatten ongeveer 30.000 uur aan observaties, die lieten zien waar de dieren zich bevonden, met wie ze samen waren en wat ze deden.

De ecologen ontdekten dat moeders met jongen van vergelijkbare leeftijd opvallend vaak samen in hetzelfde gebied verbleven. Hun kleintjes speelden dan met elkaar. Dat gebeurde bovendien vaker als de moeders familie van elkaar waren.

In de dagen voor en na een speelafspraak legden de orang-oetans meer afstand af dan gewoonlijk. De moeders reisden af naar het territorium van andere moeders en keerden daarna weer terug naar huis. ‘Ons onderzoek levert sterk bewijs dat Borneose orang-oetanmoeders hun manier van rondtrekken aanpassen om hun jongen meer kansen te geven om met leeftijdsgenoten te spelen’, schrijven Jacobson en zijn collega’s in hun onderzoeksverslag.

Minder eten, meer spelen

Het zou kunnen dat de jonge apen simpelweg op plekken spelen waar veel orang-oetans samenkomen omdat er volop fruit te vinden is. Welpjes van bruine beren grijpen ook de kans om samen te spelen als hun moeders elkaar treffen bij een rivier vol zalm. Maar de orang-oetans zochten elkaar op ongeacht hoeveel fruit er in het gebied beschikbaar was.

Sterker nog, de onderzoekers zagen dat de extra reistijd ten koste ging van de tijd die de moeders konden besteden aan het zoeken van voedsel. Daarom lijkt het erop dat de moeders de speelafspraakjes bewust plannen, ook al gaat dat ten koste van het bijeenscharrelen van een maaltje.

Op basis van observaties is het bijna onmogelijk om vast te stellen of de moeders de ontmoetingen echt plannen, waarschuwt Machanda. Maar ‘mogelijk spelen moeders op een andere manier met hun jongen dan leeftijdsgenoten dat doen. Het zou kunnen dat de moeders er daarom bewust voor kiezen hun jongen met andere jonge orang-oetans te laten spelen.’

Spontane afspraakjes

Gedragsbioloog Adriano Lameira van de Universiteit van Warwick in het Verenigd Koninkrijk zegt dat de resultaten aansluiten bij wat we al weten: orang-oetans investeren veel tijd en energie in het grootbrengen van hun jongen en beschikken over sterke cognitieve vermogens. Hij denkt overigens niet dat orang-oetanmoeders van tevoren de speelafspraken vastleggen. Mannelijke orang-oetans laten een dag van tevoren met een luide roep weten welke kant ze op trekken. Van vrouwtjes is niet bekend dat ze zulke roepen gebruiken om ontmoetingen met andere orang-oetans af te stemmen, zegt Lameira.

Volgens hem komen de ontmoetingen voort uit een combinatie van wat orang-oetans vanuit de bomen kunnen zien en horen, en hun vermogen om te voorspellen wat andere orang-oetans zullen doen. Ook hun kennis van het bos – bijvoorbeeld welke bomen op dat moment vruchten dragen en waar grote lianen hangen waarin de jongen kunnen klimmen – speelt een rol. ‘Op basis van de plek waar een andere moeder voor het laatst is gezien en haar gebruikelijke leefgebied kan een orang-oetan inschatten waar zij waarschijnlijk te vinden is’, zegt Lameira.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *