Het is een vrij radicale manier om van ziekteoverdragende muggen af te komen: zulke soorten helemaal uitroeien. Gaat dit echt gebeuren, nu er steeds meer steriele en genetisch gemanipuleerde muggen worden uitgezet? Wetenschapsjournalist Dennis Vaendel zocht het uit.
1. Waarom hebben we nieuwe manieren nodig om muggen aan te pakken?
Ondanks vaccins, medicijnen en insecticiden overlijden wereldwijd nog altijd honderdduizenden mensen per jaar aan ziekten die door muggen worden overgedragen. Malaria is de grootste boosdoener, maar ook onder meer dengue, gele koorts, zika- en westnijlkoorts maken veel slachtoffers. Klimaatverandering maakt de situatie er niet beter op: de insecten blijven langer actief en breiden hun leefgebied uit.
De huidige aanpak is niet waterdicht. Medicijnen bereiken patiënten in arme en afgelegen gebieden vaak niet op tijd of bestaan, in het geval van sommige ziekten, simpelweg niet. Vaccins ontwikkelen is ook geen gemakkelijke opgave, zegt ecoloog Sander Koenraadt van de Wageningen-universiteit. ‘Neem de huidige malariavaccins: die redden zeker levens, maar zijn verre van 100 procent effectief.’
Daarom is het doden van muggen, en dus het voorkomen van ziekteoverdracht, een aantrekkelijke optie. ‘Dat kan met bepaalde insecticiden. Daar kun je klamboes mee impregneren of broedplaatsen mee bestrijden’, zegt Koenraadt. ‘Die aanpak is succesvol, maar tegelijkertijd ook schadelijk voor mens en milieu. Bovendien worden muggen vaak resistent, waardoor binnen een paar jaar weer een nieuw middel nodig is. We moeten dus op zoek naar duurzame alternatieven, zoals biologische bestrijdingsmiddelen, waarbij je andere organismen inzet.’
2. Welke organismen kunnen muggen helpen bestrijden?
Onderzoekers richten zich al langere tijd op schimmels en bacteriën die van nature dodelijk zijn voor muggen of hun larven. Via genetische modificatie kan dit effect worden versterkt. Zo slaagden Amerikaanse wetenschappers er vorig jaar in om zo’n schimmel een voor de insecten onweerstaanbaar luchtje te laten uitstoten, zodat ze efficiënter in de val werden gelokt. Ook nieuwe technologieën zoals drones kunnen een handje helpen. Die kunnen bijvoorbeeld over rijstvelden, belangrijke broedplaatsen voor muggen, bacteriepreparaten spuiten die fataal zijn voor larven.
Een andere opmerkelijke methode die een opmars maakt: muggen zélf inzetten om hun soortgenoten aan te pakken. Dit kan op uiteenlopende manieren. Eén mogelijkheid is het loslaten van enorme zwermen mannetjesmuggen die geen levensvatbaar nageslacht voortbrengen, bijvoorbeeld doordat ze besmet zijn met een bacterie, genetisch gemanipuleerd zijn of gesteriliseerd zijn door blootstelling aan radioactieve straling. ‘Laat je massaal zulke steriele mannetjes los, dan gaan die paren met aanwezige vrouwtjes en zal de populatie in het gebied kelderen’, zegt Koenraadt.
Een tweede optie is het ‘vervangen’ van een populatie door genetisch gemanipuleerde of met een bacterie besmette soortgenoten die ziekmakende virussen niet of minder goed overdragen op mensen. Ook hier is het massaal laten uitvliegen van muggen cruciaal: via voortplanting geven ze de gunstige aanpassingen door, waardoor ze geleidelijk de overhand nemen.
3. Hoe effectief is het uitzetten van zulke steriele of aangepaste muggen?
Dat is nog niet voor alle technieken even duidelijk. Sommige kwamen vooralsnog niet verder dan labstudies, waarbij succesvolle resultaten geen garanties bieden voor toepassing in de ‘echte’ wereld. De experimenten die wel al het lab verlieten, zijn vaak nog kleinschalig – bijvoorbeeld beperkt tot één broedplaats of wijk.
‘De meest geteste en vergevorderde techniek is die met de bacterie Wolbachia‘, zegt Koenraadt. ‘Die komt van nature al voor bij veel andere insecten. Bij sommige muggensoorten kan deze de mannetjes steriel maken of de vrouwtjes minder goede virusoverdragers maken. Een eerste relatief grote studie in het Indonesische Yogyakarta bewees dat dit niet alleen een effect heeft op de lokale muggenpopulatie, maar dat er ook veel minder mensen dengue kregen. Het aantal zieken zakte niet helemaal naar nul, maar de afname was heel waardevol, zowel qua gezondheid als financieel.’ Een begin dit jaar gepubliceerde studie van een vergelijkbaar experiment, waarbij wekenlang zwermen steriele mannetjes van de denguemug werden uitgezet in een aantal wijken van Singapore, was eveneens succesvol: men registreerde 71 procent minder denguegevallen ten opzichte van controlewijken.
In wijken van Singapore waar wekenlang zwermen met steriele mannetjesmuggen werden losgelaten, daalde het aantal denguegevallen onder inwoners met 71 procent ten opzichte van controlewijken. Onder ouderen was dat percentage nog hoger.
4. Kleven er ook nadelen of gevaren aan?
Sceptici kunnen er genoeg bedenken. Wat zijn de gevolgen van het compleet verwijderen van een soort voor een ecosysteem of de biodiversiteit? De meeste ecologen liggen daar echter niet wakker van. ‘Van de duizenden muggensoorten draagt slechts een handvol gevaarlijke ziekten over’, zegt Koenraadt. ‘Vis je die eruit, dan voorkom je veel ellende. Er stort niet opeens een heel ecosysteem in. Vogels, amfibieën en vleermuizen kunnen zich nog steeds tegoed doen aan de larven van de vele andere soorten. Eigenlijk is dit juist heel elegant: die aangepaste muggen richten zich alleen op hun soortgenoten, terwijl de huidige insecticiden blind alle soorten aanpakken.’
Een andere veelgehoorde angst is dat het introduceren van genetische aanpassingen in de vrije natuur op termijn onvoorspelbare gevolgen kan hebben. ‘Maar wetenschappelijk onderzoek heeft nog geen aanwijzingen opgeleverd voor grote nadelige effecten’, zegt Koenraadt. Overigens speelt deze vraag sowieso alleen bij het ‘vervangen’ van een soort door gemodificeerde muggen. ‘Daarbij voeg je iets permanents toe aan de natuur. Bij de andere aanpak, met steriele mannetjes, is dat niet zo. Die verdwijnen vanzelf als je stopt met het regelmatig loslaten van zwermen.’ Wat overigens op zichzelf weer de zwakke plek van deze methode is. ‘Als er nog muggen over zijn als je stopt, ook al zijn dat er maar weinig, dan kan de populatie zich op termijn herstellen.’
5. Kunnen we hiermee echt complete soorten uitroeien?
Lokaal wel, denkt Koenraadt. ‘Het wordt in elk geval steeds realistischer, kijkend naar de succesvolle experimenten.’ Het schoonvegen van een groter gebied – een heel land of continent – is echter veel uitdagender. Een lokale ‘aangepaste’ populatie verspreidt zich niet zomaar als een olievlek. ‘Er zijn altijd natuurlijke barrières zoals bergen en wouden die dat voorkomen. Daarom zul je op voldoende plekken in het hele gebied herhaaldelijk nieuwe zwermen moeten loslaten.’ In theorie kan dat, maar de praktijk is weerbarstig. ‘Logistiek is het lastig om iedere uithoek van een continent als Afrika te bereiken. Daarnaast is samenwerking met de lokale bevolking cruciaal. Maar de boodschap ‘we komen hier actief muggen loslaten’ is soms lastig uit te leggen.’
In het geval van genetisch gemodificeerde muggen zijn er nog meer obstakels. ‘Daar komt toch net wat meer weten regelgeving bij kijken. En het roept sneller weerstand op bij de bevolking of bestuurders’, zegt Koenraadt. Hij wijst op een grootschalig experiment in Burkina Faso, dat vorig jaar werd stopgezet door de overheid. Mogelijk speelde desinformatie een rol. ‘Pijnlijk, want het onderzoek was juist hier al vrij vergevorderd.’
Sowieso kunnen aangepaste muggen de klus niet in hun eentje klaren, stelt Koenraadt. ‘Een combinatie van vaccintechnieken en medicijnen heeft de meeste impact. Het belangrijkste is uiteindelijk dat het aantal zieken naar nul gaat, niet het aantal muggen.’
Dit artikel is verschenen in New Scientist Nr 145 | Juli/augustus 2026. Deze editie vind je in ons digitaal archief.

Geef een reactie