Matcha bedreigd door klimaatverandering – kan genomisch onderzoek de thee redden?

Geschreven door

in

Klimaatverandering heeft gevolgen voor zowel de opbrengst als de smaak van matcha, een traditionele Japanse thee. Onderzoek naar de genetische hittebestendigheid van jonge theeplanten kan helpen om de teelt ook in de toekomst veilig te stellen.

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor matcha, de traditionele Japanse thee die wereldwijd populair is geworden als ingrediënt in onder meer iced lattes en zelfs donuts. Door warmere nachten en grillige temperaturen in het voorjaar vallen de oogsten in Japan lager uit. Bovendien verandert de kenmerkende umamismaak van de thee. Theetelers proberen daar nu iets aan te doen met genomische selectie. Daarbij zoeken ze in jonge theeplanten naar genetische kenmerken die wijzen op een hogere tolerantie voor hitte.

Voorjaarstemperaturen

Premium tencha – de groene theebladeren die in de schaduw worden geteeld en vervolgens tot matcha worden vermalen – gedijt het best in het Japanse voorjaar, van maart tot en met mei. Overdag liggen de temperaturen er normaal gesproken rond de 20 tot 25 °C, waarna het ’s nachts afkoelt. Die afkoeling draagt bij aan de vorming van aminozuren die matcha zijn karakteristieke umamismaak geven.

Maar in de regio Kyoto-Uji, waar de beste Japanse matcha vandaan komt, is de temperatuur in het voorjaar de afgelopen honderd jaar met ongeveer 0,6 tot 1 °C gestegen. Door de hitte maken theeplanten bovendien meer catechinen aan, stoffen waarmee de plant zich beschermt, maar die de thee een bittere smaak geven.

Klimaatverandering heeft de groeiomstandigheden veranderd, en gangbare plantenrassen presteren onder deze veranderende omstandigheden niet altijd goed genoeg’, zegt theewetenschapper Akiko Ogino van de Japanse onderzoeksorganisatie NARO in Makurazaki, Kagoshima.

Langzaam proces

Een ander probleem is dat het ontwikkelen van theerassen veel tijd kost. Veredelaars kruisen zorgvuldig geselecteerde ouderplanten, die elk verschillende gewenste eigenschappen hebben, zoals een hoge opbrengst of een zekere mate van aanpassing aan warmere omstandigheden.

Omdat veel verschillende genen deze eigenschappen bepalen, moeten veredelaars duizenden zaailingen opkweken om de exemplaren te vinden die de beste combinatie van eigenschappen hebben geërfd. Met traditionele methoden kunnen ze pas vaststellen of een zaailing die eigenschappen heeft als die volgroeid is. Dat kan zo’n vijftien jaar duren.

Selectie

Genomische selectie kan dit proces versnellen. Daarmee kunnen onderzoekers al veel eerder bepalen welke jonge planten waarschijnlijk goed tegen hitte bestand zijn. Deze methode wordt inmiddels gebruikt in Japanse veredelingsprogramma’s voor thee, zegt plantenwetenschapper Takashi Ikka van het onderzoeksinstituut van Groene Wetenschap en Technologie van de Shizuoka-universiteit in Japan. Hij werkte mee aan een overzichtsstudie naar het gebruik van genomische technieken bij de ontwikkeling van theerassen.

Toch is deze methode geen perfecte oplossing. Op basis van DNA is niet altijd nauwkeurig te voorspellen welke eigenschappen een plant zal ontwikkelen. Bovendien zijn de bestaande genomische databanken nog relatief klein, zegt Ikka. ‘Het belangrijkste voordeel van genomische sequencing is niet dat het veldonderzoek kan vervangen, maar dat het veredelaars helpt om te bepalen welke ouderplanten en zaailingen het meest veelbelovend zijn. Daardoor kunnen ze minder geschikte planten vroegtijdig uitsluiten, voordat er jarenlang onderzoek naar wordt gedaan’, zegt hij.

Bij dat onderzoek worden veelbelovende planten meerdere seizoenen op verschillende locaties geteeld. Zo kunnen onderzoekers onder meer de opbrengst, smaak, ziekteresistentie en aanpassing aan verschillende groeiomstandigheden beoordelen.

Voordat een nieuw theevariëteit in Japan op de markt mag komen, moeten veredelaars 41 officieel vastgestelde eigenschappen beoordelen, zegt Ogino. Daardoor duurt het ontwikkelen van een nieuw theeras nog altijd ongeveer 25 jaar.

Goede smaak

Het is ook mogelijk dat hittebestendigheid invloed heeft op de smaak van matcha, maar volgens Ogino is dat risico niet groot. ‘Op dit moment is er geen duidelijk bewijs dat tolerantie voor hoge temperaturen op genetisch niveau sterk samenhangt met bitterheid of wrangheid’, zegt ze.

Volgens Ikka kunnen veredelaars mogelijk planten selecteren die zowel goed tegen hitte bestand zijn als een aangename smaak hebben. ‘Wat hittebestendigheid en smaak betreft, zie ik geen biologische reden waarom het verbeteren van de ene eigenschap ten koste zou moeten gaan van de andere’, zegt hij. ‘In principe zouden veredelaars op beide eigenschappen tegelijk moeten kunnen selecteren.’

Het kan ook zijn dat hoge temperaturen ervoor zorgen dat theeplanten meer catechinen aanmaken, ongeacht hoe goed ze tegen hitte bestand zijn. De tijd zal moeten uitwijzen hoe dit precies zit. ‘Nieuw onderzoek helpt, maar uiteindelijk blijft het telen van thee een kwestie van geduld’, zegt George Guttridge-Smith van Kyoto Obubu Tea Farms in Uji.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *