Klimaatopwarming verandert de samenstelling van koemelk

Twee koeien in een Hollands weiland, tegen een blauwe lucht.

Geschreven door

in

Als koeien gebukt gaan onder hittestress, geven ze minder melk, die ook nog eens van een lagere kwaliteit is. Dat betekent dat de voedingswaarde van koemelk de komende jaren geleidelijk af zal nemen door klimaatopwarming.

Koeien produceren minder melk bij extreem warm en vochtig weer, dat steeds vaker voorkomt nu de aarde opwarmt. Daarnaast nemen vet- en eiwitgehaltes in koemelk af bij deze omstandigheden. Dat hebben landbouweconomen van de Cornell-universiteit in de Verenigde Staten bevestigd. Ze hebben de kwaliteit van de melk van 6,5 miljoen koeien in de VS in verband gebracht met het lokale weer.

De onderzoekers ontdekten dat de kwaliteitsdaling niet alleen opspeelt in de zomermaanden, maar zich ook gestaag opstapelt bij mildere warmte gedurende de rest van het jaar. Op basis van zomerse hittegolven hadden economen al eerder een schatting gemaakt van hoeveel economische schade de Amerikaanse melkindustrie te verduren krijgt. Maar door de sluimerende kwaliteitsafname kan dat verlies zich nog eens verdubbelen en oplopen tot in de miljarden.

Zomerdip

Een hoge temperatuur voelt niet overal even heet aan. Daarom gebruiken klimaat- en landbouwwetenschappers de zogeheten temperatuurluchtvochtigheidsindex (in het Engels Temperature-Humidity Index, of kortweg THI), die ook rekening houdt met hoeveel vocht er in de lucht zit. Hoe meer vocht, hoe warmer het aanvoelt, omdat je je hitte niet goed meer kwijt kunt.

Uit eerdere onderzoeken naar hittestress bij koeien blijkt dat ze het bij een THI van boven de 70 zo heet krijgen dat ze minder eten, en er meer bloed naar hun ledematen stroomt om de hitte af te voeren. De spijsvertering en melkproductie staan dan op een lager pitje.

Naast het feit dat deze hitte onaangenaam is voor de dieren zelf, levert het melkveehouders jaarlijks een ‘zomerdip’ op in de productie. Door klimaatverandering wordt deze dip steeds groter. En dat heeft economische gevolgen voor de hele zuivelindustrieketen. In Amerika schatten landbouweconomen het economische verlies van de zomerdip op 1,2 procent voor elke tien THI-eenheden die er in de toekomst bij zullen komen.

Uit de analyse van Cornell blijkt nu dat je hier nog eens 1,6 procent bij op kunt tellen als je rekening houdt met de vet- en eiwitverarming van de melk. Deze verarming is op de korte termijn klein, maar stapelt zich op over de tijd – ook buiten de zomerdip. Volgens de onderzoekers telt het totale economische verlies op tot 1,45 miljard euro per jaar. Dat verlies raakt een industrie die in de VS zo’n 20 procent van de dierlijke voedselproducten levert.

Traag maar gestaag

De onderzoekers keken naar de melk van 6,5 miljoen koeien uit heel Amerika, tussen 2007 en 2016. Het volume en de samenstelling van hun melk waren bijgehouden door de Amerikaanse Raad van Zuivelveefokkerij, die in deze periode in totaal 120 miljoen metingen had gedaan.

De economen vergeleken deze informatie over de hoeveelheid en kwaliteit van de melk met de lokale THI-waarden in deze negen jaar. Ze zagen scherpe, directe dalingen in de melkvolumes bij extreme hitte. Dat was te zien bij de verwachte drempel van 70 THI.

Daarnaast kwam een effect van de geleidelijk oplopende temperaturen aan het licht. Ook bij een THI van 50 – ‘gematigd weer’, 15 graden en een lage luchtvochtigheid bijvoorbeeld – was er een trage, continue terugloop van eiwit- en vetgehaltes te zien in de koemelk.

Vlaanderen en Nederland

‘Het is goed om te zien dat deze onderzoekers zo uitgebreid voortbouwen op wat eerder in Vlaanderen is vastgesteld’, zegt landbouweconoom Tobias Dalhaus van de universiteit van Wageningen. Hij was een van de wetenschappers die de koemelkverarming bij hittestress op de kaart heeft gezet in 2023.

‘Wij analyseerden toen de koemelkproductie bij alle melkveehouders in Vlaanderen van 2009 tot 2014 met vergelijkbare modellen’, zegt Dalhaus. Daarbij onthulden ze dat eiwitgehaltes in de melk daalden bij THI’s boven de 76, waardoor melkveehouders elk jaar, vaak ongemerkt, inkomen mislopen. Van vetverlies leek er geen sprake te zijn, in elk geval niet consistent.

De verschillen tussen Amerika en België zijn lastig eentweedrie te verklaren, volgens Dalhaus. ‘Ook is het moeilijk om te voorspellen of dezelfde trends gelden in Nederland als gevolg van de klimaatverandering. Dat komt doordat er grote verschillen zijn in hoe boeren hun stallen beheren en er nog te weinig lokale onderzoeken naar de kwaliteit van koemelk zijn gedaan die meerdere jaren beslaan’, zegt hij.

Dalhaus hoopt dat meer onderzoeksinstanties de losse eindjes op zullen pakken. ‘Om de opwarming van de aarde bij te benen, moeten we de reeks aan koelingsmaatregelen uitbreiden die zuivelboeren kunnen treffen. Voor boeren die aan de gevolgen van hittestress willen ontsnappen, is het ventileren van hun stal nu vaak nog de enige optie.’

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *