‘Ga tijdens de zwangerschap al in gesprek over vaccinaties’

Geschreven door

in

[onepage_product product=”118798″]

Grootschalige informatiecampagnes werken niet bij ouders die twijfelen over vaccinaties voor hun kind, stelt socioloog Josje ten Kate. Beter is een gesprek met een arts die hun zorgen serieus neemt.

Een steeds grotere groep ouders kiest ervoor hun kinderen niet te laten vaccineren tegen ziekten als mazelen en kinkhoest. Daardoor neemt de kans op uitbraken van deze ziekten toe. Overheidsinstanties proberen het tij te keren met informatiecampagnes, maar die hebben niet altijd het gewenste effect, ontdekte socioloog Josje ten Kate. Tijdens haar promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam bestudeerde ze een vaak onderbelichte groep: theoretisch opgeleide ouders die sceptisch staan tegenover vaccinaties. ‘Deze mensen hebben vaak weinig vertrouwen in instanties en soms ook in de wetenschap’, zegt Ten Kate. ‘Daarom heeft een informatiecampagne vanuit bijvoorbeeld het RIVM geen effect. Het is beter om als arts met ze in gesprek te gaan.’

Waarom werken informatiecampagnes niet?

‘Ik merkte bij de theoretisch opgeleide ouders dat ze graag doorvragen. Dat gaat natuurlijk lastig in het geval van zulke campagnes, omdat daarin sprake is van eenrichtingsverkeer. Daarom is een gesprek met een arts cruciaal – vooral in het geval van mensen die niet heel erg anti-vaccin zijn, maar die twijfelen over bepaalde vaccins of over de timing. Die mensen gaven aan dat ze gesprekken met artsen heel fijn vonden, als die goed verliepen. Maar als ze het gevoel hadden dat ze niet serieus werden genomen, dan was dat vaak juist een zetje om helemaal geen vaccinaties meer te willen.’

Josje ten Kate. Beeld: Bram Belloni.

Je kunt nooit garanderen dat een individueel kind geen bijwerkingen zal ervaren. Hoe ga je hier in zo’n gesprek mee om?

‘Daar moet je natuurlijk altijd eerlijk over zijn, want dat is inderdaad gewoon zo. Maar je kunt wel praktijkgerichte voorbeelden geven: bij hoeveel kinderen die dit vaccin krijgen, zien we deze bijwerking in Nederland? Is bijvoorbeeld het afgelopen jaar in Nederland zoiets voorgekomen of niet? Als je het concreter maakt, kunnen ouders een betere inschatting maken van het risico.’

Wat is een goed moment voor zo’n gesprek?

‘Ik sprak in mijn onderzoek overwegend moeders, en die gingen tijdens de zwangerschap of vlak na de bevalling voor het eerst echt nadenken over die vaccinatiekwestie. Dus rond die tijd zou ideaal zijn. Vrouwen krijgen tegenwoordig al een kinkhoestvaccin aangeboden tijdens de zwangerschap. Dat is een goed moment om het gesprek aan te gaan. Je kunt zo’n gesprek momenteel ook al hebben bij het Centrum voor Jeugd en Gezin, voorheen het consultatiebureau. Aanstaande ouders waarderen deze gesprekken enorm. We zouden ze daarom actiever kunnen aanbieden. Je moet vooral niet te lang wachten: zodra mensen gaan twijfelen, gaan ze zelf informatie zoeken. Dan komen ze vaak uit bij bronnen die niet zo betrouwbaar zijn. En zit je eenmaal op dat pad, en kom je in aanraking met mensen die dat soort bronnen ook gebruiken, dan is het steeds lastiger om van koers te veranderen.’

‘Als mensen zelf info gaan zoeken, stuiten ze vaak op onbetrouwbare bronnen’

Niet vaccineren heeft ook gevolgen voor andere kinderen: een lage vaccinatiegraad is risicovol voor kinderen die (nog) niet gevaccineerd kunnen worden. Is het goed om dit te benoemen?

‘De mensen die ik heb gesproken, gingen hier op twee heel verschillende manieren mee om. Aan de ene kant was er een groep die ik als ‘natuurgericht’ typeer. Zij zien vaccinaties vaak als iets onnatuurlijks en hebben een heel andere kijk op hoe het immuunsysteem en de gezondheid werken. Die groepsimmuniteit is natuurlijk een onderwerp dat vaak ter sprake komt. Zij vertelden mij dan ‘dat het helemaal niet zo werkt.’ Sommigen zeiden zelfs: ‘Als ik mijn kind laat vaccineren, dan is dát juist gevaarlijk voor andere kinderen. Want die vaccins zijn juist het probleem.’ Dus als je echt een radicaal ander beeld hebt van hoe gezondheid werkt, dan helpt het niet om te zeggen: ‘Denk ook aan anderen’.

Er waren ook ouders die meer wetenschapsgericht waren. Die zeiden dat ze deze kwestie zelf ook heel moeilijk vonden. Zij liepen er bijvoorbeeld tegenaan dat hun kinderen niet welkom zijn bij andere ouders, omdat ze niet gevaccineerd zijn. Dat vonden ze heel vervelend, maar begrepen ze ergens wel. Alleen zeiden ze dan toch: ‘Als het erop aankomt, dan kies ik voor de veiligheid van mijn kind. Dus bij twijfel over de veiligheid van vaccins kies ik voor de in mijn ogen veiligste optie: niet vaccineren en mijn kinderen thuis houden.’ Dat kon vaak ook, doordat het bijvoorbeeld moeders waren die gestopt waren met werken. Dus ook bij hen helpt dit argument waarschijnlijk niet om ze over te halen.’


Dit artikel is verschenen in New Scientist Nr 145 | Juli/augustus 2026. Deze editie vind je in ons digitaal archief.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *